Parallelhandel biedt ondernemers kansen, maar brengt ook juridische uitdagingen met zich mee. Een belangrijk leerstuk hierbij is uitputting: na het op de markt brengen van het product binnen de EER kan de merkhouder de doorverkoop niet beperken.

Wat is parallelhandel?

Parallelhandel, ook wel bekend als parallelimport, houdt in dat merkproducten buiten de officiële distributiekanalen worden verkocht, zonder expliciete toestemming van de merkhouder. Dit kan voordelig zijn voor ondernemers die producten goedkoper in het buitenland inkopen en in Nederland aanbieden.

Uitputting: de juridische grens

Merkhouders hebben het exclusieve recht om hun merk te gebruiken en de verkoop van producten die dat merk dragen te reguleren. Echter, zodra een product binnen de Europese Economische Ruimte (EER) met toestemming van de merkhouder op de markt is gebracht, kan hij verdere verkoop niet verbieden. Dit principe heet uitputting. Buiten de EER geldt dit niet, en kan de merkhouder juridische stappen ondernemen tegen parallelimport.

Wanneer kan een merkhouder toch ingrijpen?

Er zijn uitzonderingen. Als een product bijvoorbeeld anders verpakt wordt of de kwaliteit verandert, kan de merkhouder optreden tegen parallelhandel. Dit voorkomt dat de reputatie van het merk wordt aangetast.

Parallelhandel kan dus lucratief zijn, maar ondernemers moeten zich bewust zijn van de juridische grenzen om conflicten te vermijden.