internet-zoekresultaten vallen onder Europees privacyrecht

Op 13 mei 2013 heeft het Europese Hof van Justitie ("Hof") een verstrekkende uitspraakgedaan over de toepassing van het dataprotectierecht (privacyrecht) op internet zoekmachines. Centrale vraag was of Google verplicht kan worden om de gegevens van een natuurlijk persoon uit de zoekresultaten te filteren. In principe wel, zegt het Hof. De technologie van zoekmachines maakt vergaande inbreuken op de persoonlijke levenssfeer mogelijk. De aanbieder van dergelijke technologie moet daarom zelfstandig beoordelen of zijn economische belang en het publieke belang bij informatie wel opwegen tegen het privacybelang van het individu. Zelfs als de informatie al in andere media is gepubliceerd, is dat geen vrijbrief voor hergebruik door zoekmachines.

Google moet zelf aan dataprotectie wetten voldoen

In zijn arrest van vandaag stelt het Hof allereerst vast dat door geautomatiseerd, onophoudelijk en systematisch op het internet te zoeken naar aldaar gepubliceerde informatie, de exploitant van een zoekmachine gegevens "verzamelt". Bovendien brengt het proces van het "indexeren" met zich mee dat deze gegevens worden opgevraagd, geordend en vastgelegd en (op zijn servers) bewaard. Wanneer een zoekopdracht wordt ingevoerd, verstrekt de zoekmachine die gegevens aan zijn gebruikers in de vorm van resultatenlijsten. Deze verrichtingen zijn "verwerkingen" in de zin van de dataprotectierichtlijn (Richtlijn 95/46 EC), ook als de zoekmachine geen onderscheid maakt tussen persoonsgegevens en andere informatie op het internet. En Google moet er dus zelf voor zorgen dat haar verwerkingen aan de dataprotectie wetten voldoen (als "verantwoordelijke" in de zin van de dataprotectierichtlijn).

Het privacybelang van de burger weegt zwaarder dan het economische belang van Google

Daarna gaat het Hof in op de volgende vraag:
Onder welke omstandigheden moet een zoekmachine de persoonsgegevens van een natuurlijk persoon uit de zoekresultaten weglaten c.q. verwijderen?

Het recht van de "betrokkene" om de verwerking van zijn gegevens te laten staken en / of zijn gegevens te verwijderen, is een uitvloeisel van het grondrecht op eerbiediging van zijn privéleven. Het Hof weegt het privacybelang van de betrokkene om te beginnen af tegen het economische belang van de exploitant van de zoekmachine. Het Hof stelt daarbij voorop dat de internet zoekmachines over krachtige technologie beschikken. Door het zoeken op de naam van een persoon kan de gebruiker van een zoekmachine heel gemakkelijk allerlei privé informatie over die persoon vinden, "die zonder de zoekmachine niet of slechts zeer moeilijk met elkaar in verband hadden kunnen worden gebracht". Zo kan de internetgebruiker "een min of meer gedetailleerd profiel opstellen" van de personen waarop is gezocht.

Zoekmachine-technologie maakt dus vergaande inmenging in de (privacy)rechten van het individu mogelijk. Die inmenging wordt, aldus het Hof, alleen maar groter door de belangrijke rol van internet en zoekmachines in de moderne samenleving. De informatie in de resultatenlijsten wordt daardoor overal beschikbaar. Een in potentie zodanig ernstige inmenging kan "niet worden gerechtvaardigd door louter het economisch belang van de exploitant van de zoekmachine bij de gegevensverwerking".

Ook het "vindbaar maken" van openbare informatie is een inmenging in de persoonlijke levenssfeer

Het feit dat de zoekresultaten reeds op het internet staan, en in veel gevallen rechtmatige publicaties betreffen, maakt dit niet anders. De inbreuk zit 'm in het combineren van heel veel 'onschuldige', publiek beschikbare, stukjes informatie. Wanneer die combinatie met één druk op de knop voor iedereen beschikbaar wordt, is het geheel aan informatie vaak helemaal niet meer 'onschuldig' en gaan de privacybelangen zwaarder wegen.

Zoekresultaten moeten op verzoek worden "gefilterd", tenzij vindbaarheid een publiek belang dient

Daarnaast moet het privacybelang van het individu worden afgewogen tegen het belang van het "Googelend" publiek om de informatie te verkrijgen wanneer op de naam van deze persoon wordt gezocht. De hoofdregel is, aldus het Hof, dat het privébelang van het individu zwaarder weegt.
Dat betekent dat een verzoek om verwijdering in beginsel door de exploitant van een zoekmachine moet worden gehonoreerd. In bijzondere gevallen kan een dergelijk verzoek worden geweigerd omdat het belang bij vrije informatievoorziening vergt dat de zoekresultaten integraal vindbaar zijn. Zo kan bijvoorbeeld de rol die de "gezochte" persoon in het openbare leven speelt met zich meebrengen dat het belang bij vindbaarheid van informatie, zwaarder weegt dan het privacybelang van het individu.

Betekenis voor de praktijk

Het Hof heeft duidelijk gemaakt dat de voortschrijdende techniek roept om een sterkere privacybescherming op het internet. Over "het recht om vergeten te worden" wordt in politieke en juridische kringen veel gesproken, maar deze uitspraak maakt voorlopig vast duidelijk welke kant het opgaat. Zoekmachines, Social Media platforms, elektronische marktplaatsen, datingsites en andere online initiatieven zullen zich erop moeten voorbereiden dat zij te allen tijde ter verantwoording kunnen worden geroepen voor de persoonsgegevens die zij gebruiken. Vooral verzoeken om verwijdering zullen voortaan uiterst serieus moeten worden genomen.