Er is geen bewijs dat het nog langer nodig is om lagere omzetdrempels te handhaven voor zorgconcentratiemeldingen bij de ACM. Dat is de conclusie van Loyens & Loeff in reactie op een consultatie over het voornemen van de Minister van Economische Zaken om deze verlaging van de reguliere meldingsdrempels voor zorgconcentraties met nog eens vijf jaar te verlengen. Uit onderzoek van Loyens & Loeff blijkt namelijk dat de meest problematische zorgconcentraties van de afgelopen vijf jaar ook zonder verlaging van de omzetdrempels zouden zijn getoetst door de ACM.

Sinds 1 januari 2012 heeft de ACM in een achttal zorgconcentraties een vergunningseis gesteld, omdat zij een vermoeden had dat deze concentraties tot mededingingsbezwaren konden leiden. Dit zijn dus de zorgconcentraties geweest die de ACM als potentieel bezwaarlijk heeft aangemerkt. Loyens & Loeff heeft vastgesteld, dat de omzetten van de bij die concentraties betrokken ondernemingen ver boven de reguliere drempels uitkwamen. De verlaging van de meldingsdrempels lijkt in de afgelopen vijf jaar dus geen aantoonbaar toegevoegde waarde gehad te hebben. Die constatering klemt, want concentratiemeldingen brengen voor zorginstellingen hoge kosten en de nodige administratieve rompslomp met zich. Bovendien worden fusies en overnames vertraagd. Loyens en Loeff adviseert om die reden de drempelverlaging voor zorgconcentraties niet te verlengen.

Bovendien kent de zorgsector sinds enkele jaren ook nog een andere meldingsprocedure, die de administratieve lastendruk nog verder heeft doen toenemen. Voor de aanvraag van deze zorgspecifieke fusietoets bij (nu nog) de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) moeten veel procedurele stappen worden gezet en een grote hoeveelheid aan stukken en informatie worden aangeleverd. Deze procedure betreft hoofdzakelijk een procedurele toets, van een inhoudelijke toets is geen sprake, behalve ten aanzien van de toetsing op het punt van de cruciale zorg. Komt de beschikbaarheid cruciale zorg op een of meer terreinen in gevaar, dan kan en zal de NZa de concentratie verbieden, hetgeen overigens tot op heden nog nooit is gebeurd. Loyens & Loeff adviseert daarom de zorgspecifieke fusietoets tot de toets ten aanzien van de beschikbaarheid van cruciale zorg te beperken.

Op dit moment is een wetsvoorstel aanhangig om de zorgspecifieke fusietoets over te hevelen naar de ACM. Dit biedt verdere mogelijkheden om de regeldruk te verminderen. De door ons voorgestane ‘cruciale zorgtoets’ zou bij voorkeur voortaan samen met de mededingingstoets door de ACM worden afgewikkeld in één procedure, met één termijn, één meldingsformulier en één besluit. Dat zou het concentratieproces een stuk overzichtelijker en efficiënter maken.

De voordelen van de door ons bepleite harmonisering en vereenvoudiging zijn talrijk. De ACM kan de bespaarde tijd besteden aan haar overige taken, zoals handhaving van het kartelverbod (in de zorg) en het toezicht op concentraties in en buiten de zorgsector die een mogelijk mededingingsprobleem veroorzaken. Zorgaanbieders blijven veel administratieve lasten en kosten bespaard. Zij kunnen de extra tijd en middelen (weer) aan de zorg spenderen. Deze voordelen leiden tot besparing van belastinggeld (minder lasten voor de toezichthouder) en zorggeld (minder lasten voor zorgaanbieders).

Lees hier de volledige reactie.