Het ministerie van Infrastructuur en Milieu is voornemens om de maatregelenlijst voor energiebesparing te wijzigen. Deze maatregelenlijst is opgenomen in bijlage 10 van de Activiteitenregeling. De maatregelenlijst bevat erkende maatregelen, waarmee de energiebesparingsverplichting van artikel 2.15 Activiteitenbesluit wordt ingevuld.

Artikel 2.15 Activiteitenbesluit

Op grond van artikel 2.15 uit het Activiteitenbesluit moet een drijver van een inrichting alle maatregelen treffen die in 5 jaar of korter kunnen worden terugverdiend. Het gaat over de besparing van energie in welke vorm dan ook.

Ter herinnering: introductie van een maatregelenlijst in 2015

Het handhaven en naleven van energiebesparing op grond van artikel 2.15 leverde in de praktijk problemen op voor het bevoegd gezag en het bedrijfsleven. Met name de onduidelijkheid over de vraag met welke maatregelen aan de verplichting van artikel 2.15 kon worden voldaan, leidde tot deze problemen. Vanuit de praktijk bestond er volgens de regering daarom behoefte aan aanvulling en verduidelijking. Zie over discussies over de maatregelen waarmee aan artikel 2.15 Activiteitenbesluit kon worden voldaan een eerder blog van Stibbeblog.

Ook in het Energieakkoord voor duurzame groei werd voornoemde problematiek erkend. Daarom hebben de deelnemende partijen in het Energieakkoord uitgesproken dat zij zich zullen inzetten voor de realisatie van de door artikel 2.15 Activiteitenbesluit vereiste energiebesparende maatregelen. Om deze doelstelling te behalen heeft het Rijk toegezegd een lijst van erkende maatregelen in de Activiteitenregeling op te nemen (zie p. 50-51 van het Energieakkoord).

Om aan voornoemde problematiek tegemoet te komen en om aan de verplichting uit het Energieakkoord te voldoen, is via artikel 2.16 Activiteitenregeling een lijst van erkende maatregelen in bijlage 10 van de Activiteitenregeling opgenomen. Deze maatregelenlijst bevat ‘erkende energiebesparingsmaatregelen’ die door de drijver van een inrichting getroffen kunnen worden om aan artikel 2.15 Activiteitenbesluit te voldoen (Stb. 2015, nr. 337, p. 99). Deze maatregelenlijst en artikel 2.16 Activiteitenregeling zijn op 1 december 2015 in werking getreden.

De lijst met erkende maatregelen geldt echter niet voor iedere bedrijfstak. In de maatregelenlijst zijn vooralsnog uitsluitend voor de volgende bedrijfstakken erkende maatregelen aangewezen:

  1. kantoren;
  2. gezondheids- en welzijnszorginstellingen;
  3. onderwijsinstellingen;
  4. metalektro en mkb-metaal;
  5. autoschadeherstelbedrijven;
  6. rubber- en kunststofindustrie; en
  7. commerciële datacentra.

Verder zijn de erkende maatregelen onderverdeeld naar ‘typen maatregelen’. De gebruikte onderverdeling betreft maatregelen voor de gebouwschil, ruimteventilatie, ruimteverwarming, ruimteverlichting, buitenverlichting, warm tapwater, faciliteiten en processen.

Let wel dat de maatregelenlijst niet verplicht is, zo blijkt onder meer uit de toelichting bij de Internetconsultatie. Als er bijvoorbeeld gelijkwaardige andere maatregelen zijn die een drijver kan treffen om aan de energiebesparingsverplichting te voldoen, dan kan de drijver daarmee volstaan (zie de toelichting bij de Internetconsultatie).

Uitbreiding van de maatregelenlijst per 1 juli 2017

Per 1 juli 2017 is een wijziging van de maatregelenlijst voor energiebesparing voorzien. De voorgenomen wijziging ligt nog tot en met 16 mei 2017 ter consultatie voor.

Met de voorgenomen wijziging van bijlage 10 van de Activiteitenregeling worden voor de volgende branches erkende maatregelen toegevoegd:

  1. drukkerijen, papier en karton;
  2. bouwmaterialen;
  3. verf en drukinkt;
  4. tankstations en autowasinrichtingen;
  5. meubels en hout;
  6. bedrijfshallen;
  7. detailhandel

Daarnaast wordt een energieregistratie- en bewakingssysteem als maatregel ingevoegd voor de sectoren gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen, kantoren, onderwijsinstellingen, sport en recreatie, hotels en restaurants en de detailhandel.

Andere energie-eisen

Wij hebben al eerder geblogd over de trend dat de wetgever steeds meer wet- en regelgeving op nationaal niveau wil vaststellen of heeft vastgesteld die (verdergaande) eisen aan het bedrijfsleven stelt wat betreft energiebesparing en het terugdringen van emissies.

Op 6 april 2017 heeft de minister van Economische Zaken aangekondigd akkoord te gaan met een alternatief voorstel van de industrie (zie de Uitvoeringsagenda Energieakkoord 2017). Op grond van het alternatieve voorstel wordt de 9 PJ onderverdeeld over de individuele bedrijven. Als zij deze besparing niet realiseren, dan volgt een financiële sanctie. De industrie zet zelf een systeem op voor het innen van de financiële sancties. Daarnaast is in het voorstel opgenomen dat de resultaten van het bestaande MEE-convenant beter geborgd worden.

Indien de resultaten van het alternatieve voorstel van de industrie tegenvallen, is de minister van Economische Zaken alsnog voornemens de AMvB in werking te laten treden. Mocht dat het geval zijn, dan berichten wij daarover uiteraard.

  • Een andere verplichting is energie-auditverplichting die geldt voor “grote ondernemingen”. Deze energieaudit moest uiterlijk op 5 december 2015 zijn uitgevoerd op grond van de tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie.

Kortom: voor bedrijven blijft het relevant om ook deze wetgevingsontwikkelingen te blijven volgen.