Het wetsvoorstel is op 26 november 2018 ingediend bij de Tweede Kamer. De kern van de Wet windenergie op zee blijft met het wetsvoorstel ongewijzigd. Het wetsvoorstel bestaat uit het vastleggen van een nieuwe bevoegdheidsverdeling als gevolg van de gewijzigde portefeuille indeling van de ministeries, het voor de verdere toekomst geschikt maken van de wet voor ook andere energiedragers dan elektriciteit en het uitbreiden en aanpassen van de procedures voor de vergunningverlening op basis van de ervaring met en uitkomsten van de eerdere drie tenders. Op 17 januari jl. heeft een hoorzitting in de Tweede Kamer plaatsgevonden ter voorbereiding op de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft gesproken met belangenorganisaties zoals de Nederlandse Windenergie Associatie, energiebedrijven, en kennisorganisaties. Vanuit de markt is in de hoorzitting naar voren gebracht dat het onzeker is of het huidige beleid van het kabinet daadwerkelijk leidt tot realisatie van de gewenste offshore windparken. De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) heeft opgemerkt dat niet alle geplande windparken zonder subsidie gebouwd kunnen worden zonder meer vraag naar duurzame stroom. Op dit moment is er onzekerheid over de groei van de vraag. Worden alle Nederlandse huizen straks met stroom verwarmd in plaats van aardgas? Worden de bestaande kolencentrales gesloten en zo ja op welke termijn? Dat heeft allemaal invloed op de elektriciteitsprijs en dus op de levensvatbaarheid van offshore wind projecten.

Als oplossing voor deze onzekerheid is, zowel door NWEA als anderen, genoemd het zogenaamde contract for difference. Dit is in feite een vaste prijs voor de duurzaam opgewekte elektriciteit. In de kamervragen wordt door verschillende partijen enthousiast gereageerd op het contract for difference en lijkt er vrij brede steun om ontwikkelaars van windparken zekerheid te bieden. De regering had november vorig jaar al toegezegd dat de gewijzigde Wet windenergie op zee dit niet onmogelijk zal maken, maar was toen niet enthousiast. Minister Wiebes heeft destijds gezegd dat dit een "complex wettraject" vergt, hetgeen de minister onwenselijk vond. Ook zou dit volgens de minister aan de markt geen prikkel geven om te bouwen zonder subsidie. Maar de vraag is of dat juist is. Een daling van de elektriciteitsprijs levert de ontwikkelaar geld op. Een stijging kost de ontwikkelaar geld. Als de verwachte elektriciteitsprijs op termijn hoger ligt dan de vaste prijs, wordt een vaste prijs voor duurzame stroom vanzelf overbodig.