De Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken hebben een ontwerp Structuurvisie Windenergie op Land (“SWOL”) gepubliceerd tegelijk met het bijbehorende milieueffectrapport (“plan-MER") en de passende beoordeling.

In de SWOL worden de gebieden aangewezen die in beginsel geschikt worden geacht voor de realisatie van windparken met een vermogen van meer dan 100 MW. Voor dergelijke windparken is het Rijk bevoegd om met toepassing van de rijkscoördinatieregeling een rijksinpassingsplan vast te stellen en tegelijkertijd de benodigde besluitvorming te coördineren.

In de SWOL zijn ook de bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de provincies over de doorgroei naar 6.000 MW wind op land opgenomen. De hiervoor noodzakelijke gebieden, waarbinnen windparken met een omvang tussen de 5 en 100 MW kunnen worden gerealiseerd, worden echter niet in de SWOL opgenomen. De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke inpassing van deze windparken ligt bij de provincies. In de genoemde afspraken is opgenomen dat de provincies de eerste 5.715 MW vóór 31 december 2013 ruimtelijk, planologisch vastleggen.

In het plan-MER zijn zowel de gebieden voor de windparken van nationaal belang als de beoogde gebieden voor de windparken van provinciaal belang onderzocht. Per gebied worden drie inrichtingsalternatieven onderzocht en vervolgens onderling vergeleken. Dit resulteert in een voorkeursalternatief, waarbij enkel de gebieden geschikt voor windparken van 100 MW of meer worden opgenomen.

Uit kennisgeving van de ontwerp-Structuurvisie in de Staatscourant (Stcrt. 2013, 10437) volgt dat tot en met 30 mei 2013 een zienswijze kan worden ingediend op het ontwerp van de SWOL en het bijhorende plan-MER. Een digitale zienswijze kan worden ingediend op www.centrumpp.nl.