Na enkele tussenstops en even op een zijspoor te zijn gezet, bereikte vandaag de "Codextrein" haar eindstation tijdens de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.

Het decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving van 29 november 2017 betekent opnieuw een belangrijke stap in de hervorming van ons vergunningenlandschap en de uitwerking van de principes van het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Dit decreet zal, enkele belangrijke wijzigingen doorvoeren betreffende ruimtelijke ordening enerzijds en de omgevingsvergunning anderzijds. Over het algemeen treden de bepalingen van de Codextrein in werking de 10de dag na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Voor sommige bepalingen dient de Vlaamse Regering echter nog de datum van inwerkingtreding te bepalen. Tot slot is de inwerkingtreding van sommige bepalingen gelinkt aan de inwerkingtreding van artikelen in andere decreten. Er zal dus steeds moeten worden geverifieerd of een artikel uit de Codextrein reeds in werking is getreden.

Hierbij een overzicht van enkele significante wijzigingen:

  • Een administratief beroep tegen een verleende vergunning zal in de toekomst enkel nog mogelijk zijn wanneer reeds tijdens het openbaar onderzoek gemotiveerd bezwaar werd ingediend. Waakzaamheid is dus geboden
  • Er komt een verruiming van de mogelijkheden om het ruimtelijk rendement te optimaliseren. Verkavelingsvoorschriften ouder dan 15 jaar zullen bijvoorbeeld geen weigeringsgrond meer inhouden
  • Een gelijkaardige regel geldt voor voorschriften van bijzondere plannen van aanleg (BPA's): in bepaalde gevallen zal de bevoegde overheid kunnen afwijken van stedenbouwkundige voorschriften van BPA’s ouder dan vijftien jaar
  • Het splitsen van een ingedeelde inrichting of activiteit (gedeeltelijke overdracht) wordt in bepaalde gevallen vergunningsplichtig daar waar vroeger een melding volstond
  • Het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning ≤ 26 cm wordt beschouwd als aanpassingswerken binnen het bestaande bouwvolume
  • Het wordt mogelijk om in landbouwgebied één stal voor hobbydieren te vergunnen, dit evenwel slechts voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn
  • Indien een vergunninghouder de vergunde werken niet tijdig (dit is binnen 2 jaar) heeft kunnen starten, is een verlenging van de vervaltermijn mogelijk in geval van overmacht
  • Er is in een uitbreiding voorzien van de mogelijkheden in ontginningsgebieden. Hierdoor wordt het mogelijk om naast de ontginning van de primaire grondstoffen ook over te gaan tot mechanische bewerking van de ontgonnen delfstoffen of de verrijking van de ontgonnen delfstoffen door menging met afbraakstoffen
  • Het as-builtattest wordt ingevoerd (opgesteld door de architect), met het concept "metsershaar" als tolerantiemarge. Dit zijn louter technische afwijkingen die bij de uitvoering van elk bouwproject voorkomen. Het as-builtattest is de optelsom van (i) de stedenbouwkundige vergunning, (ii) de decretale tolerantiemarges (metsershaar), (iii) de tijdens het bouwproces uitgevoerde niet-vergunningsplichtige handelingen, (iv) de tijdens het bouwproces uitgevoerde vrijgestelde handelingen, en (v) de tijdens het bouwproces uitgevoerde meldingsplichtige handelingen binnen in gebouwen
  • Het proces van de zogenaamde signaalgebieden wordt decretaal verankerd. Hierdoor kan de Vlaamse Regering bepaalde gebieden aanduiden als 'watergevoelig openruimtegebied', met als doel het waterbergend vermogen van dit gebied te vrijwaren. Daarbij zal ook worden aangegeven welke handelingen nog (in beperkte mate) zijn toegelaten
  • De ruimtelijke structuurplannen worden vervangen door 'ruimtelijke beleidsplannen', dit moet provincies en gemeenten toelaten strategische beleidslijnen uit te zetten zonder in te boeten aan flexibiliteit
  • In de toekomst zal de Vlaamse Regering een lokaal ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) niet enkel kunnen schorsen maar ook vernietigen
  • De Vlaamse Regering zal bepalingen van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan/beleidsplan (na advies van de gemeenteraad) kunnen schrappen.
  • Er komt een mogelijkheid om een "intergemeentelijke commissie van ruimtelijke ordening" op te richten
  • Het college van burgemeester en schepenen mag aan de vereiste van een verslag van de omgevingsambtenaar voorbijgaan als dit niet tijdig werd uitgebracht
  • Tijdens de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan is er geen verplichting meer om een plenaire vergadering te organiseren, al blijft de mogelijkheid bestaan. In de nieuwe procedure worden enkel schriftelijke adviezen en opmerkingen toegelaten tijdens de plenaire vergadering
  • Bij opmaak van een stedenbouwkundige verordening dient advies gevraagd te worden aan de provincie en Vlaanderen
  • De Codextrein verschaft duidelijkheid omtrent de interpretatie van de overdruk “landschappelijk waardevol” bij een agrarisch gebied

Er dient te worden opgemerkt dat er uiteindelijk géén boetesysteem zal worden ingevoerd bij niet-naleving van beslissingstermijnen door de overheid.

Tot slot achtte de decreetgever het wenselijk de inwerkingtreding van hoofdstuk 4 en 6 van het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, voorzien voor 1 januari 2018, uit te stellen tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum. Volgende zaken treden dus nog niet in werking op 1 januari 2018:

  • Hoofdstuk 4 van bovenvermeld decreet: bij inwerkingtreding van dit hoofdstuk zal de socio-economische vergunning worden opgenomen in de omgevingsvergunning en wordt gesproken van een ‘vergunning voor kleinhandelsactiviteiten’. De aanvragen voor zowel de stedenbouwkundige vergunning, de milieuvergunning als de socio-economische vergunning zouden dan via dezelfde procedure verlopen
  • Hoofdstuk 6 van bovenvermeld decreet: dit hoofdstuk zal bij inwerkingtreding de handhaving van het handelsvestigingsbeleid vastleggen