De wetgever voert een aantal aanpassingen door in het systeem van de referentiebedragen.

De classificatie van patiënten in diagnosegroepen gebeurde sinds enige jaren volgens een versie van de APR-DRG die binnenkort niet meer zou worden ondersteund. De wetgever verkiest dus om over te stappen tot de meest recente versie ervan. Vanzelfsprekend impliceert dit wijzigingen in de omschrijving van de pathologieën die in aanmerking komen. De nieuwe omschrijving is dus hoofdzakelijk een technische aanpassing.

Daarnaast wordt ook de rol van de technische cel bij de berekening van de referentiebedragen duidelijker in de wet zelf omschreven, o.a. m.b.t. de carensperiode. De bevoegdheid voor de Koning om technische elementen te omschrijven die betrekking hebben op de berekening van de referentiebedragen, wordt door de Wetgever opnieuw op zich genomen. Zodoende wordt onduidelijkheid omtrent de gegevens betreffende de carensperiode vermeden.

Naast deze technische wijzigingen, voert de Wetgever ook een daadwerkelijke wijziging door: op voorstel van de Multipartite Overlegstructuur, wordt de terugbetaling ingeval van overschrijding directer gelinkt aan het zogenaamd “overmatig consumptiegedrag”. De terugbetaling zou enkel gelden voor de verstrekkingen waarvoor de reële uitgaven hoger zijn dan de referentie-uitgaven.

Met deze wijzigingen wordt het systeem van praktijkgebonden tegemoetkoming verder uitgebouwd en verduidelijkt. Dit zal naar de toekomst toe wellicht kunnen bijdragen tot een consistente hervorming van de ziekenhuisfinanciering die de bestendigheid van ons socialezekerheidsstelsel aanbelangt.