Recentelijk oordeelde de Geschillencommissie Fusiegedragsregels SER dat schending van de informatie- en overlegverplichtingen uit artikel 4, lid 1 tot en met 7 van de SER Fusiegedragsregels ('SFG') door de ondernemer toch geen ernstige verwijtbaarheid meebracht. De vakorganisaties hadden onnodig traag gehandeld door twee weken stil te blijven zitten, terwijl zij al op de hoogte waren gebracht van het voorgenomen besluit tot verkoop van een deel van de een onderneming. Ze hadden de wens van de werkgever om de voorgenomen transactie zo snel mogelijk tot stand te brengen redelijkerwijs kunnen en moeten begrijpen.

De SFG

De SFG dienen ter bescherming van de belangen van werknemers ingeval van een (voorgenomen) fusie. De SFG zijn, kort gezegd, van toepassing wanneer in één van de bij een fusie betrokken ondernemingen in Nederland in de regel 50 werknemers of meer werkzaam zijn (artikel 2, lid 1 SFG).

Artikel 4 SFG voorziet in een regeling voor informatie-uitwisseling en overleg tussen fusiepartijen en de vakorganisaties. De partijen dienen aan de vakbonden een uiteenzetting te verstrekken over de motieven voor de fusie, de voornemens met betrekking tot het in verband daarmee te voeren ondernemingsbeleid, alsmede de in dat kader te verwachten sociale, economische en juridische gevolgen van de fusie en de in samenhang daarmee voorgenomen maatregelen. Partijen dienen de vakorganisaties in het bijzonder in de gelegenheid te stellen hun oordeel te geven over de in voorbereiding zijnde fusie vanuit het gezichtspunt van het werknemersbelang. Dit oordeel moet nog van wezenlijke invloed kunnen zijn op het al dan niet tot stand komen van de fusie.

Uitspraak

De fusiepartijen in deze zaak hadden na een adviesaanvraag aan de Ondernemingsraad overleg gepleegd met de vakorganisaties en de Ondernemingsraad. Dit overleg vond 10 dagen later plaats. Enkele dagen daarna heeft de werkgever de vakorganisaties op verzoek nog ontbrekende documenten doen toekomen. De vakorganisaties hebben pas bijna twee weken later om nadere informatie en een heropening van het overleg verzocht. Kort daarop volgde evenwel de mededeling van de fusiepartijen dat de fusieovereenkomst was getekend.

De Geschillencommissie herhaalde dat aan artikel 4 SFG op zodanige wijze uitvoering moet worden gegeven dat het oordeel van de vakbonden van wezenlijke invloed kan zijn op het al dan niet tot stand komen van de fusie. De vakbonden dienen te worden ingelicht voordat de fusiepartijen overeenstemming bereiken over de fusie. Een ondernemer moet ook in de eindfase van het overleg over de totstandkoming van de fusie tijd inruimen om contact te houden met de vakbonden teneinde hun oordeel te vragen en dat te betrekken bij de fusiebesprekingen. De werkgever had tegemoet moeten komen aan het verzoek van de vakbonden om het overleg te heropenen.

Daartegenover staat volgens de Geschillencommissie dat de vakorganisaties de wens van de werkgever om de voorgenomen transactie zo snel mogelijk tot stand te brengen redelijkerwijs hadden moeten en kunnen begrijpen. Desondanks kwam het verzoek om het overleg te heropenen pas twee weken na het eerste overleg. De Geschillencommissie is daarom van mening dat het door de vakorganisaties gestelde gebrek aan invloed op de fusiebesprekingen in niet onaanzienlijke mate aan de vakbonden zelf te wijten was.

De ondernemer had ook de Ondernemingsraad niet in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het uiteindelijke oordeel van de vakorganisaties over de voorgenomen transactie. Hiermee werd formeel artikel 4 SFG geschonden. De Geschillencommissie acht die schending echter niet zodanig ernstig van aard dat de ondernemer daarvan een ernstig verwijt kon worden gemaakt als bedoeld in artikel 32, lid 2 SFG.

Conclusie

Ondanks dat de ondernemer de SFG formeel gezien geschonden had, kon dit mede door eigen schuld van de vakorganisaties niet als een ernstig verwijt worden aangemerkt. Indien vakorganisaties dus te lang wachten met het vragen van extra informatie of een heropening van het overleg, terwijl de ondernemers de fusie zo snel mogelijk tot stand willen brengen, kan dat tot gevolg hebben dat schendingen van de SER Fusiegedragsregels niet verwijtbaar zijn.