In de Groep van Tien werd gisterenavond een akkoord bereikt over het ontwerp interprofessioneel akkoord (IPA) 2017-2018. Een belangrijk onderdeel van dit ontwerp is de loonnorm. Deze zou 1,1% bedragen voor de jaren 2017-2018.

De loonnorm is een percentage dat uitdrukt hoeveel de gemiddelde loonkost per werknemer in een onderneming maximaal mag stijgen in de komende twee jaar. Door deze stijging te begrenzen, wil de wetgever de loonkost in België binnen de perken houden ten opzichte van Nederland, Frankrijk en Duitsland en op die manier de concurrentiepositie van België versterken. Dit principe heeft de wetgever in 1996 vastgelegd in de Loonnormwet.

Ondanks dit principe bestaat er nog steeds een loonkloof met de buurlanden. Om de loonkloof weg te werken, heeft de regering (naast bvb. de lastenverlagingen in de tax shift en de indexsprong) op 4 januari 2017 een wetsontwerp ingediend in de Kamer om de Loonnormwet te wijzigen. Met dit ontwerp wil de regering ook nieuwe ontsporingen in de toekomst vermijden en ervoor zorgen dat de lastenverlagingen niet automatisch leiden tot loonsverhogingen, maar eerder de competitiviteit en de werkgelegenheid ten goede komen.

De wijzigingen aan de Loonnormwet hebben grotendeels betrekking op de totstandkoming van de loonnorm. Daarnaast worden de sancties op de niet-naleving van de loonnorm verstrengd. Aan de toepassing van de loonnorm op ondernemingsniveau is niets veranderd.

De belangrijkste wijzigingen kunnen als volgt worden samengevat:

  • De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bepaalt tweejaarlijks de maximaal beschikbare marge voor de loonkostenontwikkeling. De sociale partners bepalen vervolgens de loonnorm, zonder de maximaal beschikbare marge te mogen overschrijden.
  • De berekening van de maximaal beschikbare marge vertrekt van de vooruitzichten voor de loonkostenontwikkeling in de buurlanden, maar wordt vervolgens verminderd met de voorziene indexeringen, een veiligheidsmarge en een correctieterm. De veiligheidsmarge verkleint de maximaal beschikbare marge zodat hogere inflatie dan verwacht of een kleinere loonontwikkeling in de buurlanden dan verwacht niet uitmondt in een toename van de handicap. Met de correctieterm wordt de maximaal beschikbare marge bijgestuurd naargelang een vroegere veiligheidsmarge al dan niet gebruikt werd en naargelang de loonkostenhandicap met de buurlanden positief of negatief is.
  • De loonnorm wordt eerst vastgelegd in een IPA (wat nu dus gebeurd is in ontwerp) en vervolgens in een CAO gesloten in de Nationale Arbeidsraad. CAO’s op sectoraal niveau (voor 15 mei) of ondernemingsniveau (voor 30 juni) kunnen dat dan concretiseren.
  • De overschrijding van de loonnorm kan, zoals al was voorzien, gesanctioneerd worden met een administratieve geldboete van 250 tot maximaal 5.000 EUR, maar wordt nu vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, met een maximum van 100.

Blijven ongewijzigd:

  • Als de sociale partners niet tot een akkoord over de loonnorm komen, bemiddelt de regering. Als deze bemiddeling niet succesvol is, wordt de loonnorm bepaald in een KB.
  • De loonnorm moet nog steeds nageleefd worden op ondernemingsniveau en niet per individuele werknemer afzonderlijk.
  • Indexeringen en baremieke verhogingen blijven gewaarborgd. De loonnorm kan dus niet zakken onder 0%.
  • Bepaalde zaken zoals onder meer verhogingen van de loonmassa als gevolg van de toename van het aantal personeelsleden, winstparticipaties (wet van 22 mei 1991) en sociale aanvullende pensioenstelsels tellen nog steeds niet mee voor de berekening van de naleving van de loonnorm.

De gewijzigde Loonnormwet treedt in principe retroactief in werking op 1 januari 2017. De goedkeuring wordt de komende dagen verwacht, evenals het officiële verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Het ontwerp IPA zou in principe al rekening houden met de gewijzigde Loonnormwet en het nog te publiceren verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

To do voor de werkgever:

  • opvolgen finale versie IPA & CAO Nationale Arbeidsraad;
  • opvolgen of de loonnorm (gedeeltelijk) ingevuld wordt op sectorniveau;
  • de resterende marge kan, maar moet niet, vrij besteed worden op ondernemingsniveau.