Op 20 mei 2022 heeft de Minister van Financiën de Voorjaarsnota 2022 gepubliceerd. De Voorjaarsnota bevat verschillende fiscale plannen die van invloed zijn op familiebedrijven en hun aandeelhouders. Daarnaast heeft de Hoge Raad op 20 mei 2022 uitspraak gedaan in twee procedures over het verlenen van rechtsherstel aan belastingplichtigen in box 3. Hierna informeren wij u over de Voorjaarsnota en de twee uitspraken.

Voorjaarsnota 2022

Als gevolg van verschillende budgettaire tegenvallers moet het kabinet haar eerdere plannen herzien. De Voorjaarsnota bevat de aangepaste plannen die het kabinet zou willen uitvoeren om zo de begroting op orde te brengen. Hierna zetten wij de belangrijkste maatregelen op belastinggebied onder elkaar. Deze plannen kunnen de komende periode nog wijzigen, bijvoorbeeld als gevolg van het feit dat de coalitiepartijen geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer.

Grondslagverbreding vennootschapsbelasting

Het kabinet stelt voor om per 1 januari 2023 de schijflengte van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting weer te verlagen. De schijflengte gaat dan van € 395.000 naar € 200.000. Belastbare winsten boven dat bedrag van € 200.000 zullen dan vanaf 2023 worden belast tegen het reguliere tarief van 25,8%. Het lage vennootschapsbelastingtarief van 15% voor de aangepaste eerste schijf van € 200.000 blijft vooralsnog ongewijzigd.

Introductie twee schijven in box 2

De Voorjaarsnota bevat plannen om per 1 januari 2024 een tweeschijvensysteem te introduceren in box 2 van de inkomstenbelasting. In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang (zoals dividend uit de eigen vennootschap) belast. Op dit moment zijn alle voordelen in box 2 belast tegen een tarief van 26,9%.

Vanaf 2024 zou box 2-inkomen tot € 67.000 in de plannen van het kabinet worden belast tegen een tarief van 26%. Het inkomen boven dat bedrag zou in de tweede schijf worden belast tegen een tarief van 29,5%.

Gelet op deze mogelijke wijziging zou het bijvoorbeeld zinvol kunnen zijn om reeds verwachte box 2-inkomsten vóór 2024 te realiseren, om zo gebruik te maken van het huidige tarief van 26,9%. Te denken valt aan verwachte dividenduitkeringen, maar ook aan aanstaande belaste verkopen of overdrachten van box 2-aandelen.

Aanpassing regels gebruikelijk loon

De hoogte van het loon van een aanmerkelijkbelanghouder die werkzaamheden verricht voor zijn vennootschap (DGA) moet binnen bepaalde kaders worden vastgesteld. Zo mag het niet meer dan 25% lager worden vastgesteld dan het loon dat, kort gezegd, passend is voor de dienstbetrekking van de DGA. Het kabinet stelt voor om die marge van 25% per 1 januari 2023 te verlagen naar 15%.

Het is gelet op deze mogelijke wijziging aan te raden om in de loop van 2022 de hoogte van het gebruikelijk loon opnieuw te evalueren.

Geen verhoging heffingvrije vermogen box 3

In het Coalitieakkoord van 15 december 2021 werd aangekondigd dat het heffingvrije vermogen in box 3 per 1 januari 2023 zou worden verhoogd van € 50.000 euro naar € 80.000. In de aangepaste plannen komt deze verhoging te vervallen.

Verdere verhoging tarief overdrachtsbelasting niet-woningen

Het kabinet had eerder aangekondigd om het tarief in de overdrachtsbelasting voor de verkrijging van (i) niet-woningen en (ii) woningen die de verkrijger niet zelf gaat bewonen per 1 januari 2023 te verhogen van 8% naar 9%. In de nu herziene plannen wordt dit tarief per 1 januari 2023 verhoogd tot 10,1%.

Versnelde verhoging onbelaste reiskostenvergoeding

In het Coalitieakkoord van 15 december 2021 waren plannen opgenomen om de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per 1 januari 2024 te verhogen. De Voorjaarsnota bevat het voornemen om de verhoging met één jaar te vervroegen per 1 januari 2023. De precieze verhoging zal nader worden uitgewerkt.

Uitspraken Hoge Raad over rechtsherstel box 3

Rechtsherstel voor bezwaarmakers box 3 voor de jaren 2017 t/m 2020

Op 28 april 2022 heeft de Staatssecretaris van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer bekend gemaakt hoe het kabinet voor de jaren 2017 t/m 2020 rechtsherstel zal verlenen aan belastingplichtigen in box 3 die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020. Het rechtsherstel zal worden verleend op basis van de zogenoemde ‘forfaitaire spaarvariant’. Wilt u hier meer over weten? Lees dan ook onze nieuwsbrief van 3 mei 2022.

In zijn brief van 28 april 2022 gaf de Staatssecretaris van Financiën aan dat het kabinet nog niet had besloten of belastingplichtigen die geen of niet tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020, ook in aanmerking komen voor rechtsherstel in box 3. Hiervoor wilde het kabinet eerst een uitspraak van de Hoge Raad afwachten die inzicht moest geven in de keuzevrijheid die het kabinet hierin heeft.

Verder was het nog onzeker of belastingplichtigen in box 3 die op rechtsherstel gerichte box 3-compensatie hebben ontvangen, de hoogte van deze box 3-compensatie in een nieuwe procedure kunnen betwisten.

Oordelen van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 geoordeeld over deze twee onzekerheden.

Indien een belastingplichtige niet of te laat bezwaar maakt tegen een belastingaanslag, wordt een belastingaanslag onherroepelijk vastgesteld. In dat geval kan een belastingaanslag die ten onrechte op een te hoog bedrag is vastgesteld, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, door de belastinginspecteur op verzoek ambtshalve worden verminderd. Eén van de voorwaarden voor ambtshalve vermindering is dat de onjuistheid van de belastingaanslag niet voortkomt uit rechtspraak van de Hoge Raad ná het moment dat de belastingaanslag onherroepelijk vast is komen te staan. Indien dat het geval is kan een belastingaanslag alleen ambtshalve worden verminderd als de Minister van Financiën daartoe besluit.

De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 geoordeeld dat een verzoek om ambtshalve vermindering in box 3 met een beroep op het Kerstavondarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 niet aan de juiste voorwaarden voldoet, als de betreffende belastingaanslag op die datum al onherroepelijk vaststond. Nu de Minister van Financiën tot dit moment niet heeft bepaald dat belastingaanslagen alsnog ambtshalve kunnen worden verminderd, is er geen verplichting voor de Belastingdienst om dergelijke onherroepelijke aanslagen alsnog te verminderen. Wilt u meer weten over het Kerstavondarrest? Lees dan onze nieuwsbrief van 24 december 2021.

De tweede zaak waarin de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan betreft de vraag of een belastingplichtige die tijdig bezwaar heeft gemaakt, een verzoek om ambtshalve vermindering kan indienen als hij het niet eens is met de gegeven box 3-compensatie. De Hoge Raad oordeelt in deze tweede zaak dat belastingplichtigen een dergelijk verzoek om ambtshalve vermindering kunnen indienen, als zij het niet eens zijn met de hoogte van de box 3-compensatie. Tegen een afwijzing van een verzoek om ambtshalve vermindering kunnen belastingplichtigen vervolgens bezwaar maken en (hoger) beroep instellen bij de rechter.

Betekenis voor de praktijk

Of het kabinet ná het oordeel van de Hoge Raad alsnog rechtsherstel zal verlenen aan belastingplichtigen in box 3 die geen of niet tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020, blijft afhankelijk van politieke besluitvorming. Duidelijk is nu wel dat er geen verplichting is om die compensatie te verlenen, waarmee de keuze een echt politieke keuze is geworden. In de Tweede Kamer gaan stemmen op die voor het ‘rechtsgevoel’ aan alle belastingplichtigen in box 3 met spaargeld rechtsherstel willen verlenen. De definitieve besluitvorming zal moeten worden afgewacht. De Staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat hij daarvoor de tijd wil nemen.

Het tweede oordeel van de Hoge Raad betekent dat in het geval belastingplichtigen het niet eens zijn met de ontvangen box 3-compensatie, zij een verzoek om ambtshalve vermindering kunnen indienen bij de Belastingdienst. Het moet daarbij wel gaan om belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de aanslag waarin de box 3-heffing is begrepen. De termijn voor het indienen van een verzoek om ambtshalve vermindering over het oudste jaar (2017) verstrijkt op 31 december 2022. Wij raden u daarom aan om contact op te nemen met uw adviseur voor het bespreken van de mogelijkheden.