Op 2 juli 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet verhuurderheffing aangenomen. Hiermee is de 0,014% heffing voor het jaar 2013 definitief. In een motie verzocht de Eerste Kamer de regering echter om de verhuurderheffing op te knippen in twee delen: een verhuurderheffing 2013 en een heffing voor de daaropvolgende jaren. Voor 2014 en verder wordt gewerkt aan een nieuw wetsvoorstel, waarin haalbaarheid, draagkracht en waardering (beter) worden betrokken.

Verhuurderheffing 2013

Vanaf 1 januari 2013 moeten verhuurders van woningen in de gereguleerde sector een heffing afdragen over de WOZ-waarde van deze huurwoningen. In 2013 bedraagt deze heffing nog 0,014% van de WOZ-waarde (ruim € 20 per woning). Vanaf 2014 zou de heffing stijgen naar 0,231% (ruim € 350 per woning).

Hoewel de verhuurderheffing vooral woningcorporaties zal raken, wordt iedere eigenaar van meer dan 10 huurwoningen met een huur onder de huurtoeslaggrens (in 2012: € 664,66 per maand) in de heffing betrokken. Kleine verhuurders met maximaal 10 huurwoningen en woningen in de vrije sector vallen buiten de heffing.

De heffing wordt berekend over de som van de WOZ-waarden van de voor verhuur bestemde woningen, verminderd met 10 maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen. De heffing moet vóór 1 oktober 2013 worden aangegeven en afgedragen.

2014 en verder

Voor de jaren 2014 en volgende werkt het kabinet aan een nieuw wetsvoorstel. De Eerste Kamer heeft de regering hierbij de opdracht gegeven om tevens met een nieuw woning waarderingssysteem te komen. Bovendien moet de nieuwe verhuurderheffing corporaties en andere verhuurders de mogelijkheid bieden op termijn te kunnen blijven investeren in onderhoud en nieuwbouw.

Zodra meer bekend is over dit nieuwe wetsvoorstel en de hoogte en berekening van de verhuurderheffing vanaf 2014, brengen wij u hiervan uiteraard op de hoogte.

Source: CMS Newsflash Real Estate & Construction, 2013, nr. 8