Op 14 februari 2012 heeft het Europees Parlement de Verordening tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro (Verordening nr. 260/2012, SEPA Verordening) aangenomen. De SEPA Verordening verplicht betaaldienstgebruikers en –aanbieders tot het gebruik van Europese standaarden voor zowel binnenlandse als grensoverschrijdende girale betalingen binnen de EU. Het feit dat de migratie uiterlijk 1 februari 2014 dient te zijn voltooid, laat marktpartijen weinig tijd om de overgang naar de Europese standaarden voor girale betalingen te realiseren.

Inleiding

De Single Euro Payments Area (SEPA) beoogt de creatie van een ‘level playing field’ voor girale betalingen in de 27 EU landen, IJsland, Noorwegen, Liechtenstein, Zwitserland en Monaco. Als gevolg van de migratie naar SEPA standaarden, worden de verschillen in de technische uitvoering van betaaltransacties tussen binnenlandse en grensoverschrijdende girale betalingen binnen de EU weggenomen. Zowel binnenlandse als grensoverschrijdende girale betalingen dienen tegen dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechten en plichten te worden uitgevoerd, onafhankelijk van de jurisdictie waarin de betaaldienstaanbieder en -gebruiker woonachtig of gevestigd zijn. Hierdoor zal er een competitievere en innovatievere Europese betaalmarkt ontstaan met betere betaalproducten tegen lagere kosten.

Achtergrond SEPA

Tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad in Lissabon op 23 en 24 maart 2000, stemden de regeringsleiders van de EU-landen in met een nieuwe strategie voor, onder andere, een geïntegreerde Europese markt voor betalingen. Met de inwerkingtreding van Verordening 2560/2001 betreffende het hanteren van gelijke tarieven voor grensoverschrijdende betalingen1 is bij de Europese bancaire sector in 2001 het besef doorgedrongen van de noodzaak tot het hanteren van gemeenschappelijke standaarden voor de (voorwaarden voor) uitvoering van betaaltransacties. Als gevolg van deze bewustwording heeft de Europese bancaire sector het SEPA initiatief ontwikkeld, waarbij zelfregulering als uitgangspunt is genomen. Hiertoe hebben de Europese banken in 2002 de European Payments Council (EPC) opgericht. Ter bevordering van de eenwording van de Europese betaalmarkt en ter ondersteuning van het SEPA initiatief heeft de Europese wetgever vervolgens met de Richtlijn Betaaldiensten (Richtlijn 2007/64/EG), welke in 2009 is geïmplementeerd in de Europese lidstaten, een juridische grondslag gelegd voor de totstandbrenging van een interne markt voor betalingen.

Uit de overwegingen bij de SEPA Verordening blijkt echter dat de zelfregulering binnen de sector voor betaaldienstverlening tot dusver ontoereikend is gebleken om de migratie naar gemeenschappelijke Europese standaarden te bewerkstelligen. Hierbij is volgens de Europese Commissie met name nagelaten om in voldoende mate rekening te houden met de belangen van de betaaldienstgebruikers. Daarnaast is de Europese Commissie van mening dat deze zelfregulering niet aan passende governancemechanismen is onderworpen aangezien de governance, ondanks de oprichting van de SEPA raad, nog steeds voornamelijk een verantwoordelijkheid is van de EPC die geen politieke verantwoording dient af te leggen. De EPC is immers voornamelijk een belangenorganisatie van de bancaire sector. Bovendien werd het vanwege de trage migratie naar SEPA standaarden voor girale betalingen van belang geacht een juridisch bindende einddatum voor de migratie vast te stellen. Bovengenoemde bezwaren liggen aan de basis van de totstandkoming van de SEPA Verordening.

SEPA Verordening

De SEPA Verordening is van toepassing op in euro luidende overmakingen en automatische afschrijvingen binnen de EU.

De voornaamste noviteiten die de SEPA Verordening voor de Europese girale betaalmarkt introduceert zijn: (i) de verplichtstelling van standaarden voor girale overmakingen en automatische incasso’s en (ii) een bindende einddatum voor de migratie naar SEPA standaarden.

  1. tandaarden SEPA betalingsverkeer

Technische standaardisatie is essentieel voor het creëren van een uniforme markt voor betalingen. De EPC heeft reeds interbancaire verwerkingsafspraken voor gestandaardiseerd betalingsverkeer vastgesteld met betrekking tot overmakingen, automatische incasso’s en kaartbetalingen. Deze verwerkingsafspraken zijn opgenomen in het SEPA Credit Transfer Scheme, het SEPA Core Direct Debit Scheme en het SEPA Card Framework.

De SEPA Verordening verplicht betaaldienstgebruikers en -aanbieders om bij het initiëren en verwerken van betalingen het IBAN (International Bank Account Number) te gebruiken als identificator van de betaalrekening ten laste of ten gunste waarvan de betaling dient te worden verricht. IBAN zal het klassieke bankrekeningnummer als standaard voor de identificator van de betaalrekening vervangen. Voor het elektronisch financieel berichtenverkeer zal ISO 20022/ XML als standaard gaan gelden voor de inrichting van de elektronische bestanden die worden aangeboden ter verwerking in het betalingsverkeer. Bedrijven kunnen de betaalopdrachten na de SEPA migratie uitsluitend in dit elektronische format aanleveren bij de betaaldienstverlener. Een van de bijkomende effecten van de SEPA migratie is het terugdringen van zogenaamde ‘Manually Initiated Transactions’. In Nederland heeft dat onder meer gevolgen voor het gebruik van papieren ‘acceptgiro’s’.

  1. Bindende einddatum voor de migratie naar SEPA standaarden

Als gevolg van artikel 6 van de SEPA Verordening zal de migratie naar Europese standaarden voor overschrijvingen en automatische incasso’s uiterlijk 1 februari 2014 moeten zijn afgerond. Na de migratie is uitsluitend giraal retail betalingsverkeer op basis van Europese standaarden toegestaan en worden betaalopdrachten op basis van huidige standaarden (zoals het rekeningnummer als identificator van de betaalrekening) niet meer in behandeling genomen.

SEPA migratie EU

Uit het eerste SEPA Migration Report van de ECB (maart 2013) blijkt dat de voorbereidingen voor de SEPA migratie bij het midden- en kleinbedrijf (MKB) en de lokale publieke organen dusdanig achterlopen dat deze partijen, indien ze op deze voet doorgaan, het risico lopen de deadline van 1 februari 2014 niet te halen. Uit het onderzoek van de ECB blijkt dat er sprake is van een trend waarbij een groot aantal marktpartijen mikt op een late migratie. Dit geldt met name voor migratie van automatische incasso’s.

In verband met de SEPA migratie zal met name de IT –omgeving van de betaaldienstgebruiker dienen te worden aangepast om de incasso opdrachten en overboekingsopdrachten in de juiste standaarden te kunnen aanleveren bij de banken. Indien een groot aantal marktpartijen mikt op een late migratie kan dit leiden tot een overbelasting van betaaldienstverleners en software leveranciers waardoor het risico ontstaat dat de deadline van 1 februari 2014 niet wordt gehaald. Het Eurosysteem (ECB en centrale banken van de lidstaten) doet dan ook een beroep op de markt om de SEPA migratie kracht bij te zetten en verzoekt marktpartijen om bij voorkeur op zijn laatst het derde kwartaal van 2013 te migreren.

SEPA migratie Nederland

De migratie naar de SEPA standaarden wordt binnen de EU op landenniveau gerealiseerd. Op grond van artikel 10 SEPA Verordening dienen lidstaten een publiek orgaan aanwijzen dat verantwoordelijk is voor de SEPA migratie. In Nederland is deze verantwoordelijkheid in handen van De Nederlandsche Bank (DNB). Om de migratie in goede banen te leiden heeft het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer, onder voorzitterschap van DNB, in 2011 het Nationaal Forum voor de SEPA migratie opgericht, waarin de verschillende belanghebbenden uit de girale betaalketen zijn verenigd om afspraken te maken over de SEPA migratie.

Om de bewustwording van de invloed van SEPA in de markt te stimuleren, publiceert DNB in de SEPA Migration Monitors haar bevindingen omtrent de status van de migratie. Uit de meest recente publicatie van de SEPA Migration Monitor (november 2012) volgt dat, in overeenstemming met de bevindingen van de ECB, de bewustwording bij het MKB voor het initiëren van SEPA migratie projecten groeit maar achterblijft bij de grote ondernemingen en publieke organen. Uit het rapport volgt dat 41% (ten opzichte 56% mei 2012) van het MKB zich nog geen beeld heeft gevormd van wat SEPA betekent. In tegenstelling tot het MKB zijn de banken reeds ver gevorderd met de SEPA migratie. Zo is op 11 maart 2013 aangekondigd dat alle banken die iDEAL aanbieden de migratie naar de SEPA standaarden voor dat betaalproduct inmiddels hebben afgerond.

Tot slot

Uiterlijk 1 februari 2014 dient de migratie naar Europese standaarden voor het betalingsverkeer te zijn voltooid. Hoewel bij een groot aantal marktpartijen de migratie reeds in volle gang is, hebben de ECB en DNB hun zorgen geuit ten aanzien van de SEPA migratie door het MKB en de lokale publieke overheid. Aangezien na 1 februari 2014 de betaalopdrachten die worden geïnitieerd op basis van de huidige standaarden niet meer in behandeling worden genomen, lopen partijen het risico op een verstoorde bedrijfsvoering als gevolg van een te late migratie. Om het risico van een niet tijdige migratie te voorkomen, wordt het MKB geadviseerd om de SEPA migratie uiterlijk het derde kwartaal van 2013 te voltooien.