Er is een nieuwe opzet van het Woningwaarderingsstelsel. De WOZ-waarde van een huurwoning speelt in het nieuwe Woningwaarderingsstelsel. De gewildheid en de locatie van een huurwoning komen zo beter tot uitdrukking bij de bepaling van de maximaal redelijke huurprijs. De gewildheid en locatie van de woning komen minder goed tot hun recht in de huurprijs van de woning. Door in de huurprijs de lokale marktsituatie mee te wegen wordt investeren in nieuwe huurwoningen aantrekkelijker.

In het herziene stelsel worden de categorieën woonomgeving en woonvorm (eengezinswoning, flat) vervangen door een waardering op basis van de WOZ-waarde. Met deze vereenvoudiging weegt de WOZ-waarde voor ongeveer een kwart mee in het puntentotaal. Gevolg van het bovenstaande is dat de maximale huurprijs afhankelijk wordt van WOZ-waarde. De aanpassingen leiden ertoe dat afhankelijk van de WOZ-waarde de maximale huurprijs kan variëren.

Het nieuwe puntensysteem kan alleen bij nieuwe huurcontracten leiden tot het optrekken van de huur tot de maximale huurprijsgrens. Bij bestaande huurcontracten moet de verhuurder zich houden aan de wettelijk vastgelegde huurverhoging. Het nieuwe puntensysteem geldt alleen voor zelfstandige sociale huurwoningen. Voor onzelfstandige woonruimte (zoals een kamer in een studentenhuis) verandert niets. Het puntensysteem geldt niet bij geliberaliseerde huurcontracten.

Woningcorporaties en het scheiden van hun bezittingen in DAEB en niet-DAEB

Op basis van de Woningwet scheiden corporaties vanaf 1 januari 2018 hun bezit in DAEB (Diensten van Algemeen Economisch Belang) en niet-DAEB. Een corporatie is minimaal verplicht om de niet-DAEB-activiteiten binnen de eigen organisatie via een gescheiden boekhouding administratief te scheiden. De corporatie kan ervoor kiezen om de niet-DAEB-activiteiten af te splitsen in een of meer juridische dochters. Een corporatie kan ook kiezen voor een combinatie, waarbij een deel van de niet-DAEB-activiteiten worden ondergebracht binnen de eigen organisatie en een deel in een bestaande of nieuwe juridische dochter. Deze variant wordt de hybride variant genoemd. Alle woningcorporaties moesten vóór 1 januari 2017 een ontwerpvoorstel voor het administratief scheiden of juridisch splitsen van hun organisatie in een DAEB- en een niet-DAEB-tak indienen. De voorstellen moeten uiterlijk 1 juli 2017 definitief zijn.

Vaststellen jaarrekening door woningcorporaties

In december 2016 heeft de Minister bepaald dat woningcorporaties meer tijd krijgen voor het vaststellen van de jaarrekening over 2016. Het gaat om het vaststellen van de jaarrekening, waarvoor corporaties komend jaar nog zes maanden de tijd hebben. Bij de jaarrekening moet de corporatie zich voor het eerst op marktwaarde baseren. Vanaf het jaar erna moet de jaarrekening binnen vier maanden zijn vastgesteld. Ook voor het aanleveren van de verantwoordingsinformatie krijgen woningcorporatiescorporaties in 2017 nog tot 1 juli de tijd. Vanaf 2018 moeten ze deze gegevens jaarlijks voor 1 mei aanleveren bij de Autoriteit woningcorporaties (Aw).

Wet Doorstroming Huurmarkt en tijdelijke huurovereenkomsten

De Wet Doorstroming Huurmarkt 2015 heeft een wijziging aangebracht in de vereisten voor het opzeggen van een huurovereenkomst woonruimte. Het is door deze wet eenvoudiger geworden om tijdelijke huurovereenkomsten aan te gaan, al is er wel een complexe situatie ontstaan. Hieronder volgt een korte uiteenzetting van de diverse situaties:

  • Opzegging blijft vereist voor de huur van zelfstandige woonruimte met een duur van meer dan twee jaar en voor onzelfstandige woonruimte met een duur van meer dan vijf jaar.
  • Opzegging is niet vereist voor de huur van zelfstandige woonruimte met een duur korter dan twee jaar en voor onzelfstandige woonruimte met een duur korter dan vijf jaar. In deze huurperiode heeft de huurder overigens wel huurprijsbescherming. De verhuurder dient de huurder wel een kennisgeving te sturen over het einde van de huurovereenkomst. Deze kennisgeving mag niet eerder dan drie maanden en niet later dan één maand vóór het eindigen van het huurcontract aan de huurder worden toegezonden. Gebeurt dit niet, dan ontstaat er een huurcontract voor onbepaalde tijd en geniet de huurder alsnog volledige huurbescherming. Het bewijs dat de huurder deze kennisgeving heeft ontvangen rust op de verhuurder. Het is dus raadzaam om deze kennisgeving aangetekend met bericht van ontvangst of per deurwaardersexploit te versturen.
  • Om het de huurder makkelijker te maken om tijdig een andere woonruimte te vinden, mag de huurder de tijdelijke huurovereenkomst tussentijds opzeggen tegen een voor de betaling van de huurprijs overeengekomen dag. De verhuurder kan de tijdelijke huurovereenkomst niet tussentijds opzeggen.
  • Er is een verbod voor het aangaan van een reeks van tijdelijke huurovereenkomsten met dezelfde huurder. Indien dat toch gebeurt, dan heeft de huurder het voordeel; de tweede tijdelijke huurovereenkomst wordt dan gezien als een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Op grond van artikel 48 lid 1 Woningwet mogen woningcorporaties voor zelfstandige sociale woningen (zijnde "DAEB-woningen") geen kortdurende huurovereenkomsten sluiten, tenzij het om door de Minister aan te wijzen groepen gaat, zoals bewoners van noodopvang en bewoners van te renoveren woningen.