Op dit moment behandelt de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel Wet zorgplicht kinderarbeid (het wetsvoorstel). Het wetsvoorstel verplicht bedrijven om een verklaring bij de toezichthouder in te dienen waarin zij mededelen dat zij 'gepaste zorgvuldigheid' betrachten om te voorkomen dat de goederen en diensten die zij leveren of verkopen aan Nederlandse consumenten en bedrijven met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen.

Op dit moment behandelt de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel Wet zorgplicht kinderarbeid (het wetsvoorstel). Het wetsvoorstel verplicht bedrijven om een verklaring bij de toezichthouder in te dienen waarin zij mededelen dat zij 'gepaste zorgvuldigheid' betrachten om te voorkomen dat de goederen en diensten die zij leveren of verkopen aan Nederlandse consumenten en bedrijven met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Als na een onderbouwde klacht en daaropvolgende beoordeling blijkt dat het bedrijf zijn verplichtingen onvoldoende is nagekomen dan kan de toezichthouder een aanwijzing en daaropvolgende boete opleggen. Wat houdt een dergelijke verklaring in? Wie moet aan de zorgplicht voldoen? Dit blogbericht beantwoordt deze en andere vragen die het wetsvoorstel oproept.

Zie voor een toelichting in het Engels onze Corporate Alert: Bill adopted by Dutch Parliament introducing a duty of care to prevent child labour.

Kern wetsvoorstel: wat houdt de zorgplicht in?

Het wetsvoorstel houdt een zorgplicht in voor ondernemingen om te voorkomen dat goederen of diensten die zij leveren aan Nederlandse eindgebruikers met behulp van kinderarbeid (zoals gedefinieerd in artikel 2 van het wetsvoorstel) tot stand komen. Ondernemingen geven invulling aan hun zorgplicht door middel van een verklaring waarin zij mededelen dat zij 'gepaste zorgvuldigheid' betrachten. Die verklaring moeten bedrijven bij de toezichthouder indienen. De toezichthouder moet nog worden aangewezen, maar zal vermoedelijk de Autoriteit Consument & Markt worden (ACM). Het gaat om een inspanningsverplichting. Of een onderneming aan de zorgplicht heeft voldaan, wordt vastgesteld aan de hand van de vraag of zij alles doet wat redelijkerwijs binnen haar vermogen ligt om kinderarbeid te voorkomen.

Wat betekent 'gepaste zorgvuldigheid'?

Een onderneming heeft voldaan aan 'gepaste zorgvuldigheid' wanneer zij onderzoek doet of er een redelijk vermoeden bestaat dat de te leveren goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Indien er een redelijk vermoeden bestaat, dan dient een plan van aanpak te worden vastgesteld en uitgevoerd. In een nadere regeling zullen nog eisen worden gesteld aan het onderzoek en het plan van aanpak.

Wie moet aan de zorgplicht voldoen?

De wet zal niet alleen gaan gelden voor in Nederland gevestigde ondernemingen en hun bestuurders maar ook voor in het buitenland gevestigde bedrijven voor zover zij meer dan één maal goederen of diensten aan Nederlandse eindgebruikers - consumenten en bedrijven - verkopen of leveren. Dit geldt ook voor goederen en diensten die online worden verkocht. De handel tussen ondernemingen en het enkele vervoer van goederen valt buiten de reikwijdte van het wetsvoorstel. In een nog vast te stellen uitvoeringsregeling zullen bepaalde categorieën ondernemingen - waaronder in ieder geval eenmanszaken en kleine bedrijven - vrijgesteld worden van de verplichtingen uit het wetsvoorstel.

Wanneer gaat de zorgplicht gelden?

Het wetsvoorstel zal op zijn vroegst op 1 januari 2020 in werking treden. Tot de inwerkingtreding van het wetsvoorstel hebben bedrijven de tijd om hun bedrijfsvoering 'kinderarbeid-proof' te maken.

Overtreding van het wetsvoorstel leidt mogelijk eerst tot een bindende aanwijzing. In de aanwijzing vermeldt de ACM welke maatregelen een onderneming moet treffen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Wordt de aanwijzing niet (goed) of tijdig opgevolgd dan kan een boete volgen. Is sprake van opzet, dan kan de ACM meteen een bestuurlijke boete opleggen. De maximumboete voor het niet tijdig indienen van een verklaring, het niet doen van onderzoek of het opstellen van een plan van aanpak dan wel het niet voldoen aan de vereisten voor het onderzoek of het plan van aanpak bedraagt € 820.000 of tot 10% van de jaaromzet.

Voordat de ACM handhavend kan optreden, moet een klacht worden ingediend bij de onderneming in kwestie. Indien de onderneming de klacht niet binnen zes maanden afhandelt of niet naar tevredenheid afhandelt, kan een klacht bij de ACM worden ingediend. De vraag is echter wel hoe de ACM de zorgplicht kan handhaven bij enkel in het buitenland gevestigde bedrijven, aangezien zij daar geen toezichthoudende bevoegdheden heeft?

De klacht kan worden ingediend door een (rechts)persoon 'wiens belangen geraakt zijn'. Opmerkelijk is dat niet is aangesloten bij het 'belanghebbende' begrip in de Algemene wet bestuursrecht. Een belanghebbende is op grond van artikel 1:2 van de Awb: 'degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is'. De 'klager' lijkt daarmee een grotere reikwijdte te hebben dan een belanghebbende.

Wij verwachten dat consumenten en andere afnemers, concurrenten en (inter)nationale belangenorganisaties een ontvankelijke klacht bij de ACM kunnen indienen. Belangrijk is verder dat een klacht onderbouwd moet zijn. Uit de memorie van toelichting blijkt dat het moet gaan om een concrete aanwijzing dat de onderneming handelt in strijd met de zorgplicht.

Civielrechtelijke ketenaansprakelijkheid

Het wetsvoorstel zal ertoe leiden dat de ondernemingen die een verklaring bij de ACM moeten indienen, hun zorgplicht contractueel zullen doorleggen aan de andere bedrijven in hun productie- of dienstenketen. In een contract kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat de toeleverancier ook een verklaring indient bij ACM. Contractuele afspraken geven niet alleen blijk van een actieve invulling van de zorgplicht, maar zullen er ook toe dienen om handhaving door de ACM te voorkomen.

Afsluiting: rechtszekerheid in het gedrang?

Het wetsvoorstel roept de nodige vragen op. De meest belangrijke vraag zal zijn wanneer bedrijven zullen voldoen aan de op hen rustende zorgplicht. Het gaat immers om een open en vage norm, waarbij het lastig is vast te stellen wat redelijkerwijs alle te treffen maatregelen zijn die van een onderneming gevergd kunnen worden. Wellicht dat tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer daarover meer duidelijkheid wordt geboden? Het zou de rechtszekerheid in elk geval ten goede komen wanneer de zorgplicht in het wetsvoorstel of een nadere regeling wordt geconcretiseerd.