Vijf jaar geleden vergaderde de VAR onder de titel ‘Het besluit voorbij’ over de vraag of de rechtsmacht van de bestuursrechter moet worden uitgebreid tot over de grenzen van het besluit. Preadviseurs Van Ommeren, Huisman, Van der Veen en De Graaf concludeerden na een zorgvuldige analyse dat het verstandig is de bevoegdheden van de bestuursrechter geleidelijk uit te breiden tot feitelijk handelen ter voorbereiding en ter uitvoering van een appellabel besluit. Ook achtten zij de bevoegdheid tot het geven van een declaratoire uitspraak wenselijk. Leest men de preadviezen en het verslag van de vergadering van 24 mei 2013 nog eens terug, dan valt de relatieve bescheidenheid van de voorstellen op en de voorzichtigheid waarmee over het sleutelen aan het bestaande stelsel wordt gesproken. Hemel- bestormend was het niet, en dat hoeft ook niet te verbazen. Juristen zijn immers verstandig, weloverwogen, voorzichtig en soms zelfs een beetje conservatief. Revolutie preken zij zelden.

Het januarinummer van het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht is geheel gewijd aan de rechtsbescherming in het sociaal domein. Tien bijdragen naar aanleiding van het advies van de commissie Scheltema van een klein jaar geleden over dit onderwerp. De kern van de problematiek is, kort samengevat, de volgende. In het sociale domein is het klassieke model van de overheid als verstrekker van individuele voorzieningen ingeruild voor een model waarbij de behoeftige burger, samen met de gemeente en private instellingen aan wie de gemeente taken uitbesteedt, in overleg tot een maatwerkoplossing komt. De individuele ondersteuning uit het klassieke model fungeert daarbij als vangnet, als andere oplossingen niet volstaan.

Dit nieuwe model levert diverse spanningen op met het rechtsbeschermingsmodel van de Awb. Om deze spanningen te lijf te gaan wordt uit een heel ander vaatje getapt dan in 2013. Wat dacht u van de volgende passage uit het advies:

“Om tot een goede beslechting van geschillen te komen, zal de bestuursrechter over daarop toegesneden bevoegdheden moeten beschikken. Zo zal hij niet alleen over besluiten oordelen, maar ook over feitelijke handelingen, zodat hij opdrachten daaromtrent moet kunnen geven. Die opdrachten zullen zowel tot de gemeente als tot de instelling aan wie is uitbesteed, gericht kunnen worden.”

Hier wordt een wetswijziging voorgesteld, die het de bestuursrechter mogelijk maakt opdrachten te geven aan privaatrechtelijke rechtspersonen tot het verrichten van feitelijke handelingen. Dat is nog eens “het besluit voorbij”! De bevoegdheid van de bestuursrechter moet worden uitgebreid tot handelingen die geen rechtshandeling zijn, die niet op schrift zijn gesteld en die niet afkomstig zijn van een bestuursorgaan. Met name vergeleken met dat laatste element zijn de aanbevelingen van de preadviseurs uit 2013 kinderspel.

Geen revolutie zonder een stevige crisis. Zullen wij over een aantal jaren concluderen dat de weloverwogen stapjes voorwaarts uit de preadviezen van 2013 rechts zijn ingehaald door een rechtsbeschermingsrevolutie als gevolg van de crisis in het sociale domein?