De wereld van ruimtelijke ordening, vergunningen en milieu is erg in beweging. Daarom lijsten we een aantal belangrijke juridische nieuwigheden in het domein van ruimtelijke ordening en milieu op.

Het domein van ruimtelijke ordening en milieu leeft meer dan ooit. Wat zeker is vandaag, is dat niet noodzakelijk ook nog morgen. Het is van belang om de vinger aan de pols te houden. Hierna staan we stil bij een aantal belangrijke nieuwigheden die zowel voor besturen als voor ondernemers van belang zijn.

Ontwikkelingen inzake ruimtelijke ordening

In een recent arrest van 22 november 2016 bevestigt de Raad van State dat de vernietiging van een bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan worden beperkt tot één specifiek stedenbouwkundig voorschrift.

Dit is een opvallend arrest vermits de Raad van State zich eerder veelal streng toonde in geval van een vraag tot partiële vernietiging van een RUP. Voor de Raad van State is een RUP in beginsel één en ondeelbaar. Dit impliceert dat wanneer de Raad van State een ingeroepen onwettigheid gegrond bevindt, hij in beginsel gans het bestreden RUP of een volledig het deelgebied van dat RUP vernietigt.

Het arrest van 22 november 2016 wijkt daarvan af. Het ruimtelijk uitvoeringsplan en alle bestemmingen blijven namelijk overeind. De Raad schrapt enkel een welbepaald voorschrift van één bepaalde bestemming. Dat voorschrift betrof een toegankelijkheidsverplichting. Het voorschrift was voor de Raad niet onlosmakelijk verbonden met de toegelaten bestemming.

Het arrest bevestigt dat een verzoeker erg in detail kan kiezen welk voorschrift hij of zij wenst vernietigd te zien. Omgekeerd kan de plannende overheid de gevolgen van een vernietiging van zijn RUP tot een minimum proberen te herleiden.

Beperking van de beroepsmogelijkheden tegen bouwvergunningen voor concurrenten

De Raad voor Vergunningsbetwistingen stelt het belangvereiste voor partijen die bij die Raad een ontvankelijk beroep willen instellen, op scherp. In een arrest van 6 december 2016 verduidelijkt de Raad dat hij niet om het even welke benadeling of hinder, ter staving van dit belang, in aanmerking neemt.

De benadeling of hinder waarop een verzoekende partij zich voor de Raad beroept moet immers steeds een verband met de finaliteit van de regelgeving betreffende de ruimtelijke ordening en de stedenbouw aantonen. Deze strekt er immers in essentie toe de goede ruimtelijke ordening en een gezond leefmilieu te beschermen.

Een commercieel nadeel kan slechts worden aanvaard als een afdoende belang op voorwaarde dat het rechtstreeks of onrechtstreeks veroorzaakt wordt door hinder of nadelen van stedenbouwkundige aard ten gevolge van de bestreden vergunningsbeslissing. Er moet dus steeds een stedenbouwkundige component zijn.

De Raad maakt hiermee duidelijk dat hij niet het gepaste forum biedt om een puur commerciële strijd uit te vechten.

Ontwikkelingen inzake de vergunning handelsvestiging

Lokale besturen werken vaak een eigen detailhandelsbeleid uit. Zij doen dit onder de vorm van een beleidsdocument, een stedenbouwkundige verordening en/of een ruimtelijk uitvoeringsplan.

De Raad van State bevestigt in een arrest van 13 december 2016 dat een beleidsdocument geen reglementaire waarde heeft. De toepassing van een dergelijk beleidsdocument alsof het een akte met reglementaire waarde betreft, houdt volgens de Raad van State dan ook een motiveringsgebrek in.

Daarmee lijkt nog niet gezegd dat in het kader van de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning handelsvestiging abstractie zou moeten worden gemaakt van dergelijke beleidsdocumenten. Zij kunnen wel degelijk relevant zijn in deze beoordeling. De vergunningverlenende overheid zal er evenwel over moeten waken dat zij een dergelijk beleidsdocument geen reglementair karakter toedeelt.

Ontwikkelingen inzake milieu

Meer mogelijkheden voor de milieustakingsvordering

In een arrest van 9 juni 2016 oordeelt het Hof van Cassatie dat ook een verzuim onder de term “handeling” van artikel 1 van de Milieustakingswet van 12 januari 1993 kan vallen. De Milieustakingswet voorziet in bepaalde gevallen een vorderingsrecht bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg bij kennelijke of dreigende schade aan het leefmilieu.

Het verzuim/nalaten om bepaalde instandhoudings- en onderhoudswerken uit te voeren teneinde een beschermd monument in een goede straat te bewaren, kan volgens het Hof van Cassatie het voorwerp uitmaken van een milieustakingsvordering.

Met dit oordeel verruimt het Hof van Cassatie het toepassingsgebied van de milieustakingsvordering verder.

Tot slot is te wijzen op de wijziging van de regels omtrent milieuffectbeoordeling (MER). De wijzigingen zullen concrete gevolgen hebben voor iedereen die bij een project-MER betrokken is.

In een eerdere nieuwsbrief gingen wij reeds uitvoerig in op de wijzigingen die op Europees niveau zijn goedgekeurd. De bestaande milieueffectbeoordeling in het Vlaams, Brussels en Waals Gewest dient uiterlijk in 2017 te worden aangepast.

De Vlaamse decreetgever heeft alvast zijn huiswerk gedaan.

Op 14 december 2016 keurde de plenaire vergadering een decreet goed dat de relevante regelgeving wijzigt. Het is nu wachten op de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

In een navolgende blog post laten wij ons licht schijnen op de belangrijkste nieuwigheden. Deze wijzigingen zullen immers een belangrijke impact hebben, zowel in de fase van de voorbereiding van het aanvraagdossier als in de fase van de beoordeling van de vergunningsaanvraag.