CIVIEL

Verrekening door de Ontvanger in faillissement

De HR verduidelijkt naar aanleiding van prejudiciële vragen van de rechtbank in welke gevallen de Ontvanger op de voet van art. 24 Iw 1990, krachtens art. 53 Fw de teruggave van omzetbelasting kan voldoen door verrekening met een pre-faillissementsvordering. De prejudiciële vragen hebben betrekking op een situatie waarin sprake is van een fiscale eenheid Vpb en zien op een geval waarin sprake is van een teruggavevordering ter zake van door de boedel betaalde facturen voor aan de boedel geleverde goederen en diensten en op een geval waarin sprake is van een teruggavevordering op de voet van art. 29 lid 1 Wet OB.

ECLI:NL:HR:2017:2627

CIVIEL

Verstekverlening in digitale vorderingsprocedure KEI (I)

Het niet vermelden van een nieuwe uiterste verschijndatum in een herstelde procesinleiding bij een tweede oproepingsbericht dat wordt betekend of op andere wijze bezorgd nadat de aangezegde uiterste verschijndatum is verstreken, wordt niet door art. 120 lid 1 Rv met nietigheid bedreigd. De eisen van een goede procesorde brengen evenwel mee dat de eiser aan de verweerder een nieuwe uiterste verschijndatum dient aan te zeggen, opdat de rechter, indien de verweerder niet verschijnt, tegen hem verstek kan verlenen. De HR bepaalt een nieuwe uiterste datum voor verschijning en stelt eiser in de gelegenheid die aan te zeggen door het uitbrengen van een oproepingsexploot binnen twee weken na arrest.

ECLI:NL:HR:2017:2628

CIVIEL

Verstekverlening in digitale vorderingsprocedure KEI (II)

Een overschrijding van de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv waarin is bepaald dat betekening van het oproepingsbericht en de daarbij behorende procesinleiding dient te geschieden binnen twee weken na indiening van de procesinleiding, wordt niet door art. 120 lid 1 Rv met nietigheid bedreigd. De rechter kan echter geen verstek verlenen indien de verweerder vanaf de betekening van het oproepingsbericht niet ten minste twee weken de gelegenheid heeft gehad tot de uiterste verschijndatum om te beslissen of hij in de procedure wil verschijnen. In dat geval moet de rechter de eiser gelasten aan de verweerder bij exploot een nieuwe uiterste verschijndatum aan te zeggen die de verweerder alsnog een termijn van twee weken geeft om te beslissen of hij wil verschijnen. 

ECLI:NL:HR:2017:2629

FISCAAL

HR geeft uitleg of diensten kunnen worden aangemerkt als 'samengestelde prestatie'

Een financieel dienstverlener koopt diverse diensten in om haar activiteiten te kunnen uitoefenen. In geschil is ondermeer of deze diensten zijn aan te merken als zelfstandige (belaste en onbelaste) prestaties voor de omzetbelasting of als één samengestelde (onbelaste) prestatie. De HR oordeelt dat voor het bepalen of de verrichte diensten kunnen worden aangemerkt als één samengestelde prestatie rekening moet worden gehouden met het economische doel van de diensten, waarbij ook het belang van de afnemers van de diensten in overweging moet worden genomen. Indien binnen de kring van afnemers van dezelfde diensten het belang bij het afnemen van deze diensten onderling verschilt, kan dat een aanwijzing zijn dat geen sprake is van één samengestelde prestatie. 

ECLI:NL:HR:2017:2598