​Opvolgend werkgeverschap komt op verschillende plekken in de wet voor: in artikel 15 lid 2 Ontslagregeling, artikel 7:668a lid 2 BW, artikel 7:667 lid 5 BW en ook in artikel 7:673 lid 4 sub b BW. Sommige van deze bepalingen zijn op 1 juli 2015 met de Wet werk en zekerheid (Wwz) in het BW terechtgekomen, maar kregen zogeheten 'onmiddellijke werking'. Een werknemer die op 2 juli 2015 na een 30-jarig dienstverband werd ontslagen, had ook (in beginsel) recht op een transitievergoeding over die 30 jaar.

Onder het oude recht was niet alleen vereist dat binnen de opvolgende arbeidsovereenkomsten wezenlijk dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden vereist waren, maar ook dat de latere werkgever bekend kon worden verondersteld met de geschiktheid en vaardigheden van de werknemer op grond van zijn ‘banden’ met de eerdere werkgever. Met de Wwz zijn de vereisten voor opvolgend werkgeverschap versoepeld. In alle bovengenoemde bepalingen is toen de zinsnede "ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer" opgenomen. Dat heeft discussie doen oplaaien in de rechtspraak en de literatuur. Welk criterium moest nu van toepassing zijn op werkgeverswisselingen die vóór 1 juli 2015 plaatsvonden?

In het Constar-arrest heeft de Hoge Raad, kort samengevat, bepaald dat een werkgeverswisseling die vóór 1 juli 2015 heeft plaatsgevonden bij de toepassing van artikel 7:668a lid 2 BW – ondanks het ontbreken van overgangsrecht – moet worden beoordeeld aan de hand van het "zodanige banden" criterium uit het arrest Van Tuinen/Wolters.

Geldt dit nu ook voor het opvolgend werkgeverschap uit artikel 15 lid 2 Ontslagregeling, aan de hand waarvan duur van het dienstverband voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel dient te worden bepaald? Wij betogen in ons artikel dat dat niet het geval is, nu er vóór de Ontslagregeling geen materieelrechtelijke regeling was op dit gebied, maar dit slechts geregeld was in de Beleidsregels ontslagtaak UWV. Dit zou echter tot vreemde gevolgen kunnen leiden: werknemers kunnen zo lange dienstverbanden hebben voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel, maar korte dienstverbanden voor de berekening van de transitievergoeding. Let dus goed op bij het afspiegelen.