De Raad van State heeft op 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geoordeeld dat de transformatie van Villa Arena, waarbij woongerelateerde detailhandel wordt omgezet naar grootschalige detailhandel (zonder verplichte relatie tot wonen), niet valt aan te merken als (wijziging van) een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

De vraag of een bepaalde activiteit valt aan te merken als (wijziging van) een stedelijk ontwikkelingsproject is van belang voor de vraag via welke procedure de omgevingsvergunning om af te wijken van een bestemmingsplan kan worden verleend. Is sprake van een geval dat is opgenomen op de zogenaamde 'kruimelgevallenlijst' van artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht ("Bor"), dan kan de vergunning worden verleend via de reguliere procedure die een doorlooptijd kent van in beginsel acht weken. In de praktijk wordt voor de transformatie van bestaande gebouwen veelal gebruik gemaakt van de ruime mogelijkheid uit artikel 4, onderdeel 9 van Bijlage II bij het Bor (het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein). De toepassingsmogelijkheden van de kruimellijst worden begrensd door artikel 5, lid 6 van Bijlage II bij het Bor, op grond waarvan artikel 4, onderdeel 9 niet van toepassing is op onder meer de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. In dat geval is de uitgebreide procedure van toepassing, met een doorlooptijd van zes maanden.

Of sprake is van (wijziging van) een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. hangt blijkens de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State ("Afdeling") van 15 maart 2017 af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Niet elke wijziging van een stedelijke ontwikkeling moet volgens de Afdeling worden aangemerkt als (wijziging van) een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

Een overweging die de laatste tijd regelmatig opduikt in de jurisprudentie van de Afdeling en die leidt tot het oordeel dat geen sprake is van (wijziging van) een stedelijk ontwikkelingsproject, is dat de bebouwde oppervlakte als gevolg van de functiewijziging niet wordt vergroot. Zo ook in de uitspraak van 31 januari 2018.

De Afdeling overweegt dat weliswaar een gedeeltelijke brancheverruiming plaatsvindt, maar dat het gebruik gericht blijft op detailhandel. Bovendien gaat de functiewijziging volgen de Afdeling niet gepaard met een uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, zodat de opzet en de vormgeving van Villa ArenA door het project nauwelijks zullen wijzigen. Gelet daarop is de Afdeling van oordeel dat geen sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

Hoewel het op zichzelf verdedigbaar is dat een ontwikkeling die niet leidt tot uitbreiding van de bebouwde oppervlakte onder omstandigheden niet valt aan te merken als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r., vragen wij ons af waarom de Afdeling in dit concrete geval van belang acht dat de functiewijziging niet gepaard gaat met een uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. Het gaat hier immers om toepassing van artikel 4, onderdeel 9 van Bijlage II bij het Bor. Zoals hierboven reeds genoemd, veronderstelt dit onderdeel al dat de bebouwde oppervlakte en/of het bouwvolume niet wordt vergroot. De waarde van de constatering dat de bebouwde oppervlakte niet wordt vergroot, ontgaat ons dan ook.