Gisteren kopte het FD dat twee ziekenhuizen van zorgondernemer Loek Winter in financieel zwaar weer verkeren. Deze voorbeelden stroken met een breder geconstateerd beeld in de markt. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat meer zorginstellingen kampen met financiële problemen. Waakzaamheid voor bestuur en toezichthouders is geboden. Een transitie van (bepaalde onderdelen van) de zorginstelling kan uitkomst bieden.

In een op 9 juli gepubliceerd artikel bericht het FD over financiële problemen bij MC Slotervaart en de MC Groep in Flevoland. Volgens het artikel hebben zowel huisaccountant EY als het bestuur aangegeven dat het voortbestaan van beide ziekenhuizen in gevaar is.

Deze berichtgeving past binnen een bredere tendens. In 2015 waarschuwde EY al dat 1 op de 5 ziekenhuizen in de gevarenzone verkeerde (zie de destijds door zorgteamlid Loek Kerstens gepubliceerde column in Zorgvisie). Ook uit onderzoek van BDO eind vorig jaar naar insolventie in de zorgsector blijkt dat bijna een kwart van de ziekenhuizen op financieel gebied een onvoldoende scoort. Dit sluit aan bij onze ervaringen in de markt.

Tot op heden zijn faillissementen van ziekenhuizen nog relatief zeldzaam. Het faillissement van het Ruwaard van Putten ziekenhuis in 2013 is nog altijd het bekendste voorbeeld. Toch zijn er meer voorbeelden waarbij (onderdelen van) ziekenhuizen zijn gefailleerd.

Op bestuurders en (interne) toezichthouders rust de taak om problemen vroegtijdig te onderkennen - middels zogenaamde ‘early warning’. Governance in de zorg is nog immer een hot topic en persoonlijke aansprakelijkheid een reëel risico voor wie tekort schiet in zijn taak. De Meavita-casus is hiervan een bekend voorbeeld. Alle reden dus om tijdig aan de bel te trekken. Dat geldt ook voor verzekeraars, op wie de wettelijke plicht rust om in contracten met zorgaanbieders bepalingen op te nemen over vroegsignalering. Struisvogelpolitiek wordt niet meer getolereerd.

In het FD-artikel wordt overigens nog vermeld dat ‘kleine ziekenhuizen in Nederland zuchten onder de druk van regionale concurrentie’. Voorts wordt er gesteld dat er te veel ziekenhuizen in Amsterdam zijn en dat daarom MC Slotervaart in haar huidige vorm geen bestaansrecht heeft en een ‘transitie’ noodzakelijk is. Vaak wordt te gemakkelijk aangenomen dat het mededingingsrecht aan (regionale) samenwerking in de weg staat. Het mededingingsrecht biedt wel degelijk goede mogelijkheden om te komen tot een kwalitatief betere en efficiëntere zorgverlening door middel van noodzakelijke samenwerking. Bovendien zouden in deze situatie kleinere fusies en/of overnames van afdelingen/onderdelen van ziekenhuizen in de regio mogelijk soelaas kunnen bieden. Er liggen ons inziens dus goede transitiekansen en die zullen dan ook goed moeten worden onderzocht.