De minimumbezoldiging, voorgesteld door het voorontwerp van Relancewet, moet aan minstens één bedrijfsleider worden betaald en moet minstens de belastbare basis van de vennootschap evenaren, tenzij die hoger is dan EUR 45.000. Dat wil zeggen dat bij een belastbare basis vóór aftrek van de bezoldiging van EUR 60.000, de bezoldiging minimaal EUR 30.000 moet bereiken. Bij een belastbare basis vóór bezoldiging van EUR 170.000 volstaat EUR 45.000.

De uitkering van de minimumbezoldiging vermijdt niet alleen een uitsluiting van het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting van 20,4%, maar ook een bijzondere aanslag op het tekort aan bezoldiging. Deze aanslag bedraagt 5% (3,52% na aftrek vennootschapsbelasting) en 10% resp. 7,5% vanaf aanslagjaar 2021.

De besparing aan personenbelasting en (eventuele) sociale zekerheidsbijdragen op het tekort weegt niet op. Ook een vennootschap die enkel een rechtspersoon als bestuurder heeft, lijkt de dans niet te ontspringen, want de vaste vertegenwoordiger moet allicht als bedrijfsleider worden beschouwd. Als verbonden vennootschappen slechts één bedrijfsleider hebben, volstaat éénmaal een bezoldiging van EUR 75.000. Dit betekent dat een vennootschap met meerdere bestuurders wordt uitgesloten van de cumul-regel. Kortom, het loont de moeite om de impact voor uw situatie te berekenen.