Per 1 juli 2013 is een aantal belangrijke wijzigingen van de Algemene wet bestuursrecht ("Awb") in werking getreden. Een deel van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten ("Wns") is in werking getreden, namelijk het deel dat ziet op schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsbesluiten. Voorts is het tweede deel van de Wet aanpassing bestuursrecht ("Wab") in werking getreden waardoor het incidenteel hoger beroep is geïntroduceerd in het bestuursprocesrecht.

De inhoud van de Wns (Stb. 2013, 50) en Wab (Stb 2012, 682) is in de e-Newsletter van 8 februari 2013 op hoofdlijnen uiteengezet. In deze e-Newsletter beschrijven wij de wijzigingen per 1 juli 2013.

Wns: verzoekschriftprocedure voor schadevergoeding en schrappen art. 8:73 Awb

De Wns is op 15 februari 2013 in het Staatsblad gepubliceerd. Bij besluit van 22 april  2013 (Stb. 2013, 162) is bepaald dat de bepalingen van de Wns die betrekking hebben op schadevergoeding bij onrechtmatig bestuurshandelen met ingang van 1 juli 2013 in werking treden. De inwerkingtreding van de bepalingen uit de Wns die betrekking hebben op nadeelcompensatie is uitgesteld omdat aanpassingswetgeving in voorbereiding is en om lagere overheden gelegenheid te beiden hun nadeelcompensatieregelingen in te trekken of aan te passen.

Door deze wijzigingen is per 1 juli 2013 titel 8.4 aan de Awb toegevoegd. In deze titel wordt een verzoekschriftprocedure bij de bestuursrechter geïntroduceerd voor het verkrijgen van schadevergoeding bij (a) onrechtmatige besluiten, (b) onrechtmatige handelingen ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit en (c) het niet tijdig nemen van een besluit. Ingeval de schade is veroorzaakt door een besluit waarover de Centrale Raad van Beroep of de belastingkamer van de Hoge Raad als hoogste rechter oordeelt, is de bestuursrechter vanaf nu bij uitsluiting bevoegd. De mogelijkheid te kiezen voor een vordering tot schadevergoeding bij de burgerlijke rechter bestaat in deze gevallen niet langer. Voor besluiten waarover de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of het College van het Beroep voor het bedrijfsleven als hoogste rechter oordeelt, blijft de keuze tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter bestaan indien de gevraagde schade maximaal EUR 25.000 bedraagt inclusief rente. Boven dat bedrag is alleen de burgerlijke rechter bevoegd.

Door de inwerkingtreding van de Wns is artikel 8:73 Awb per 1 juli 2013 komen te vervallen. Dit artikel bood de mogelijkheid de bestuursrechter, die over het schadeveroorzakende besluit oordeelt, te verzoeken het bestuursorgaan te veroordelen tot schadevergoeding indien het beroep gegrond wordt verklaard. De bestuursrechter heeft zich door verdragsconforme uitlegging van dit artikel tot heden ook bevoegd geacht te oordelen over een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM. De vraag was of de bestuursrechter nog over deze schade zou kunnen oordelen na het vervallen van artikel 8:73 Awb. In de Nota van Toelichting bij het inwerkingtredingsbesluit is een reactie op die vraag gegeven: volgens de Minister beoogt de Wns geen wijziging in deze jurisprudentie te brengen en kan de bestuursrechter via verdragsconforme toepassing van titel 8.4 Awb over deze schade blijven oordelen. Afgewacht moet worden of deze opvatting door de bestuursrechter wordt gedeeld.

Wet aanpassing bestuursrecht

Op 1 januari 2013 is de Wab in werking getreden met uitzondering van de bepalingen die het incidenteel hoger beroep in het bestuursrecht introduceren. De inwerkingtreding van deze bepalingen werd uitgesteld om in het vreemdelingenrecht maatregelen te treffen om te voorkomen dat de bepalingen onverkort van toepassing zouden worden. Deze maatregelen zijn in de Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb. 2013, 226) getroffen. Zowel de Veegwet als als de bepalingen inzake incidenteel hoger beroep zijn op 1 juli 2013 in werking getreden.