Door de verdediging wordt ten aanzien van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in een ontnemingszaak gemotiveerd verweer gevoerd ten aanzien van de aftrek van kosten die in de optiek van de verdediging in directe relatie staan tot het delict. Het hof oordeelt dat de voorgestelde aftrekpost geen voordeel genereerde en verwerpt het verweer. De HR oordeelt dat de rechter in geval van een dergelijk verweer gemotiveerd tot uitdrukking moet brengen dat hetzij de kosten niet in directe relatie staan tot het delict, hetzij de kosten wel als zodanig kwalificeren maar deze kosten – al dan niet gedeeltelijk – voor rekening van de betrokkene dienen te blijven.