Partneralimentatie wordt vaak netto én bruto vastgesteld. Waarom doet een rechter/advocaat/mediator dit? En wat houdt het eigenlijk in? Hoe zit dat als u in het buitenland belastingplichtig bent, bijvoorbeeld in Duitsland?

Enschede, januari 2020

Betaalt u partneralimentatie? Dan kunt u dit opgeven bij de Belastingdienst en heeft u recht op belastingaftrek (persoonsgebonden aftrek). Bent u inkomstenbelasting verschuldigd, dan kunt u aldus in het betreffende jaar in aanmerking komen voor vermindering of teruggaaf van inkomensheffing. Deze vermindering wordt aangeduid als fiscaal voordeel.

Ontvangt u partneralimentatie? Dan moet u de ontvangen alimentatie opgeven bij de belastingdienst en wordt daarover Inkomstenbelasting geheven. Bovendien moet u over de ontvangen partneralimentatie bijdrage Zorgverzekeringswet Zvw betalen.

Voor zover sprake is van fiscaal voordeel bij de onderhoudsplichtige, neemt de betaalcapaciteit van de onderhoudsplichtige in feite toe zodat per saldo meer gemist kan worden dan de berekende draagkracht. Indien daadwerkelijk aanspraak kan worden gemaakt op een fiscaal voordeel, is dus sprake van ‘extra draagkracht’ gelijk aan het voorzienbare fiscaal voordeel. Met deze extra draagkracht wordt rekening gehouden bij de vaststelling van de onderhoudsbijdrage; de nettobijdrage wordt gebruteerd.

Het omrekenen van nettobedragen naar brutobedragen betekent bruteren. Alimentatie wordt als inkomen gezien en dus zal de alimentatiegerechtigde daarover Inkomstenbelasting moeten betalen. Het bedrag dat hij/zij ontvangt, is dus bruto; na afdracht van de Inkomstenbelasting (en de premie Zvw) resteert een nettobedrag.

Door de alimentatieplichtige daarentegen wordt doorgaans een brutobedrag overgemaakt; hij/zij kan via de belastingaangifte een deel van de betaalde partneralimentatie terugkrijgen.

Nederland In Nederland wordt de aftrekbaarheid van partneralimentatie vanaf dit jaar (2020) stapsgewijs verlaagd. De maximale aftrek was eerder 51,95%.

De afbouw van het aftrekpercentage ziet er als volgt uit:

2020 (46%)

2021 (43%)

2022 (40%)

2023 (37,05%)

Vooral de hogere inkomens (meer dan € 68.500,-) hebben minder belastingvoordeel door deze wijziging. De lagere en middeninkomens hebben weinig tot geen last van de wijziging. Is de partneralimentatie in 2019 of eerder vastgesteld? Dan zou het dus zo kunnen zijn dat u nu teveel betaald en zou een herberekening zinvol kunnen zijn. Op voorhand is echter niet te zeggen of een wijzigingsverzoek ook daadwerkelijk tot een lagere partneralimentatie zal leiden. De beperking van de aftrek is namelijk onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen, waaronder ook het verlagen van de IB-tarieven van de 2e en 3e schijf valt. Het negatieve effect van de aftrekbeperking op het netto inkomen, wordt hiermee in een aantal situaties (grotendeels) teniet gedaan.

Indien de alimentatieplichtige belastingplichtig is in Nederland, dan zijn er doorgaans weinig problemen bij het vaststellen van het fiscale voordeel.

Maar hoe zit dat, indien de alimentatieplichtige naar een land verhuist of belastingplichtig is in een land waar het betalen van alimentatie geen fiscale aftrekpost is?

Hoge Raad Op 16 december 2016 heeft de Hoge Raad hierover uitsluitsel gegeven; indien de alimentatieplichtige niet in Nederland belastingplichtig is, kan de te betalen netto partneralimentatie niet zomaar gebruteerd worden. Alleen indien er sprake is van een aftrekpost, kan er sprake zijn van brutering. Kan de alimentatieplichtige de alimentatie dus niet aftrekken? Dan wordt de alimentatie niet gebruteerd.

Duitsland Hoe zit dat in Duitsland? Vanaf het moment dat u naar Duitsland verhuist, bent u daar in beginsel belastingplichtig voor al uw inkomsten. In welk land u belasting betaalt over een bepaald deel van uw inkomsten, is bepaald in het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland.

In Duitsland bestaan twee fiscale mogelijkheden als het op partneralimentatie aankomt: de alimentatie kan ofwel als ‘Sonderausgabe’ ofwel als ‘Aussergewöhnliche Belastung’ worden afgetrokken van de belasting.

‘Sonderausgabe’ Bij de ‘Sonderausgabe’ geldt dat de alimentatieplichtige maximaal een bedrag ad € 13.805,- per jaar vermeerderd met eventueel betaalde ziektekostenpremie kan aftrekken. Voorwaarde is wel dat de alimentatiegerechtigde daarvoor schriftelijk toestemming geeft én verklaart en bewijst dat hij/zij over de ontvangen alimentatie belasting betaalt. Dit gebeurt via het formulier ‘Anlage U’.

Mocht de alimentatiegerechtigde persoon in Duitsland wonen, dient zij de ontvangen partneralimentatie in het geval van ondertekenen van de “Anlage U” wel als eigen inkomsten bij de Duitse belastingdienst aan te geven. Mocht zij omtrent de opgave “Sonderausgabe” een financieel nadeel ondervinden, kan zij conform Duitse maatstaven van de alimentatie verplichte persoon een dienovereenkomstige vergoeding van dat nadeel vragen.

‘Aussergewöhnliche Belastung’ De tweede mogelijkheid om betaalde partnerbijdrage in Duitsland van het inkomen af te trekken is via “Aussergewöhnliche Belastung in besonderen Fällen”. In dit geval is de aftrek beperkt tot een bedrag van EUR 9.408 per jaar. De onderhoudsplichtige kan dit bedrag als aftrekpost in de belastingaangifte betrekken. Alsdan heeft de onderhoudsplichtige geen medewerking van de onderhoudsgerechtigde nodig.

In Duitsland bestaat dus de mogelijkheid voor een belastingteruggave en met dat bedrag dient rekening te worden gehouden bij de berekening van de bruto en netto alimentatie.