Telefoongesprekken die een werkneemster stiekem heeft opgenomen, worden door de kantonrechter meegewogen in een ontslagzaak.

Opnemen gesprekken met verzuimbegeleider

In onderhavige casus is de werkneemster van mening dat haar werkgeefster haar gedurende haar ziekteperiode voortdurend onder druk zet waardoor haar klachten zijn verergerd. De situatie loopt zo uit de hand dat de werkneemster de kantonrechter uiteindelijk verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Als bewijs voor het feit dat zij ernstig onder druk wordt gezet door haar werkgeefster, legt zij enkele opnamen en transcripties over van de telefoongesprekken met de verzuimbegeleidster van haar werkgeefster. Volgens de werkgeefster is dit bewijs echter onrechtmatig verkregen omdat het opnemen van de gesprekken een schending is van de persoonlijke levenssfeer van de werkgeefster en de verzuimbegeleidster met zich mee zouden brengen.

De vraag die de kantonrechter dient te beantwoorden is of hij de opgenomen gesprekken door de werkneemster mag meewegen óf dat deze juist als onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing moeten blijven? Daartoe toetst de kantonrechter of sprake is van een schending van de persoonlijke levenssfeer van de verzuimbegeleidster en van de werkgeefster zoals bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).

Schending persoonlijke levenssfeer?

De kantonrechter vindt dat de opgenomen telefoongesprekken geen schending van de persoonlijke levenssfeer opleveren. Het ging in deze zaak onder meer om een zakelijk gesprek, waarbij geen privégegevens van de werkneemster werden vastgelegd. Het opnemen van de gesprekken had ook een legitiem doel en was daarbij een geschikt middel. De werkneemster wilde met de opnames voorkomen dat steeds discussie ontstond over deze gesprekken. De waarheidsvinding weegt hier volgens de kantonrechter zwaarder dan het belang van de werkgeefster. Daarnaast geldt dat de inbreuk op de levenssfeer van de verzuimbegeleidster niet onevenredig is in vergelijking met het belang van de werkneemster.

De kantonrechter betrekt de opnamen van de telefoongesprekken dan ook in de beoordeling van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter leidt uit die opnamen af dat de gedragingen van de verzuimbegeleidster die aan de werkgeefster worden toegerekend in strijd zijn met goed werkgeverschap. Dit heeft er mede toe geleid dat een vergoeding wordt toegekend aan de werkneemster op basis van de zogenaamde kantonrechtersformule met toepassing van correctiefactor C=3.

Opnames van telefoongesprekken gebruiken als bewijs is in een civiele procedure, anders dan in het strafrecht, nagenoeg altijd toegestaan. In het gewone (civiele) recht gelden namelijk geen specifieke eisen voor hoe het bewijs verkregen dient te zijn. De rechter mag zelf alles beoordelen op de inhoud. Hij hoeft bewijs niet uit te sluiten omdat het een stiekeme opname is. Wel zou hij het bewijs anders kunnen waarderen: een praatje bij het koffiezetapparaat zal minder bewijskracht hebben over de intenties van een bedrijf dan een formele verklaring in de pers.

Kortom

Werkgevers dienen zich daarom óók in telefoongesprekken als goed werkgever te gedragen. Ongeacht of zij zich ervan bewust zijn dat het gesprek wordt opgenomen, kunnen deze gesprekken als bewijs dienen in een ontslagprocedure. Deze uitspraak illustreert daarnaast dat ook een werknemer die zelf om ontbinding vraagt recht kan hebben op een (hoge) ontslagvergoeding.