De kantonrechter Utrecht is van plan om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen  over onder andere de vraag of artikel 7:673 lid 7 sub b BW, in strijd is met de Europese richtlijn voor gelijke behandeling bij arbeid en beroep. Op grond van dit artikel is de transitievergoeding niet verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of indien de werknemer ouder is dan de AOW- of pensioengerechtigde leeftijd.

Het Hof Den Bosch overwoog eerder prejudiciële vragen hierover te stellen in een zaak waarin een werknemer die doorwerkte na de AOW-leeftijd op 71-jarige leeftijd met toestemming van het UWV werd ontslagen. Deze vragen zijn uiteindelijk niet gesteld omdat het hoger beroep werd ingetrokken.

De zaak die nu bij de kantonrechter te Utrecht ligt, betreft een werknemer van een ziekenhuis waarvan de arbeidsovereenkomst, conform de cao, in 2016 bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd is beëindigd.

Volgens de werknemer levert de bepaling dat geen transitievergoeding verschuldigd is indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd in verband met of na het bereiken van de AOW- en/of pensioengerechtigde leeftijd, een verboden onderscheid naar leeftijd op. De werknemer verzoekt onder verwijzing naar het arrest van Hof Den Bosch de kantonrechter prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad en de werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding.

Partijen kregen tot 14 juli 2017 de tijd om zich uit te laten over de vragen. Indien hierover meer bekend is, berichten wij u nader.

Bron: Kantonrechter Utrecht 30 juni 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3249