Art. 358 lid 2 Rv bepaalt dat hoger beroep moet worden ingesteld binnen drie maanden “te rekenen van de dag van de uitspraak” (zie ook art. 339 lid 1 Rv, 402 lid 1 Rv en 426 lid 1 Rv). In dit geval had de rechtbank een beschikking gewezen op 29 februari 2016. In cassatie werd betoogd dat het op 31 mei 2016 ingestelde hoger beroep tijdig was. De HR verwerpt dit betoog. De termijn eindigt in beginsel steeds drie maanden na de uitspraak op het einde van de dag met hetzelfde nummer als de dag van de uitspraak, in dit geval dus 29 mei 2016. De enige uitzondering is het geval dat de maand waarin de termijn afloopt niet een dag met hetzelfde nummer kent omdat zij korter is. In dat geval eindigt de termijn op het einde van die kortere maand. Een en ander geldt behoudens de werking van de Algemene termijnenwet.

Direct naar de uitspraak