Op 22 juni 2017 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) dat de bescherming van werknemers die geldt in geval van ‘overgang van onderneming’ ook van toepassing is bij een pre-pack (feitelijk een versnelde doorstart waarbij de verkoop van de onderneming al vóór het faillissement – en in samenspraak met de curator – wordt voorbereid en na het faillissement enkel nog geformaliseerd hoeft te worden).

Achtergrond van de regelgeving

De bescherming van werknemers in geval van overgang van onderneming vloeit voort uit een Europese Richtlijn en is in Nederland wettelijk vastgelegd. Kort gezegd komt het erop neer dat werknemers in geval van overgang van onderneming van rechtswege overgaan naar de koper van de onderneming en daarbij hun arbeidsvoorwaarden behouden. Die bescherming geldt, op grond van dezelfde Europese Richtlijn, echter niet in geval van een faillissementsprocedure of soortgelijke procedure met het oog op liquidatie van het vermogen van de vervreemder onder toezicht van een bevoegde overheidsinstantie. Ook deze uitzondering is in Nederland wettelijk vastgelegd.

Casus

Kinderopvangbedrijf Estro Group B.V. heeft in 2014 door middel van een pre-pack een doorstart gemaakt onder de naam Smallsteps B.V. Daarbij is gebruik gemaakt van voornoemde uitzondering en is aan slechts 2600 van de 3600 werknemers door Smallsteps B.V. een nieuw contract aangeboden.

De rechtbank Midden-Nederland heeft ten behoeve van een door vier werkneemsters aanhangig gemaakte procedure (bijgestaan door FNV), aan het HvJEU de vraag voorgelegd hoe de Europese Richtlijn, die werknemers beoogt te beschermen, in dit kader moet worden uitgelegd.

Oordeel HvJEU: de pre-pack heeft niet liquidatie tot doel en valt daarom niet onder de uitzondering

Het HvJEU heeft in de uitspraak (C-126/16) – kort gezegd – overwogen dat een pre-pack uiteindelijk niet de liquidatie van de onderneming beoogt, maar juist tot in het kleinste detail de overdracht van de onderneming beoogt voor te bereiden (en derhalve juist ziet op behoud van de onderneming in plaats van liquidatie). Het HvJEU acht het daarbij niet relevant dat de pre-pack tevens de maximalisatie van de opbrengst van de overdracht voor alle schuldeisers van de onderneming beoogt. Het economische en sociale doel van de pre-pack kan volgens het HvJEU niet rechtvaardigen of verklaren dat werknemers hun bescherming zouden verliezen.

Conclusie

Zeer waarschijnlijk zal er als gevolg van het oordeel van het HvJEU in Nederland een einde komen aan de pre-pack in de huidige vorm. Mogelijk zal het oordeel van het HvJEU ook gevolgen hebben voor de in het verleden doorgevoerde pre-packs. Mede in dat kader wachten wij de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in voornoemde casus met belangstelling af.