Het Ministerie van Financiën heeft een voorstel gepubliceerd om het toepassingsbereik van het verlaagde btw-tarief van 6% voor geneesmiddelen in te perken. Daarmee komt een einde aan de ruime toepassing van het verlaagde btw-tarief als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad eind vorig jaar. Op grond van deze uitspraak kunnen producten die enkel als geneesmiddel worden gepresenteerd (zoals specifieke tandpasta’s en zonnebrandmiddelen) ook profiteren van het verlaagde btw-tarief. Daarnaast heeft de beoogde aanscherping tot gevolg dat producten die momenteel worden verhandeld met een vergunning ‘medisch hulpmiddel’ ook niet (meer) belast zullen zijn met het verlaagde btw-tarief. Voor de praktijk zal de beoogde aanscherping ingrijpende gevolgen hebben.

Inhoud voorstel

Om te bepalen of een product voor de heffing van btw als geneesmiddel kwalificeert, wordt aansluiting gezocht bij de Geneesmiddelenwet. Het Ministerie van Financiën stelt voor om deze definitie aan te scherpen door als aanvullende voorwaarde op te nemen dat een (parallel)handelsvergunning moet zijn verleend of dat een specifieke vergunning-vrijstelling geldt. Een (parallel)handelsvergunning wordt enkel verleend als een product ook de beweerde therapeutische en/of profylactische werking heeft met betrekking tot ziekten. Producten die een dergelijke vergunning hebben worden opgenomen in een openbare database (de Geneesmiddeleninformatiebank).

Gevolgen voor de praktijk

Producten waarvoor geen (parallel)handelsvergunning is verleend, of waarvoor geen specifieke vergunning-vrijstelling geldt, kunnen dus niet langer profiteren van het verlaagde btw-tarief. Dit heeft tot gevolg dat producten die op grond van de uitspraak van de Hoge Raad onder het verlaagde btw-tarief kunnen worden gebracht, weer belast zullen zijn met 21% btw. Dit heeft een hogere btw-druk tot gevolg. Voorts heeft het voorstel tot gevolg dat voor medische hulpmiddelen waarvoor geen vergunning als geneesmiddel is verleend voortaan het btw-tarief van 21% van toepassing zal zijn. Hierdoor wordt de toepassing van het verlaagde btw-tarief beperkter dan vóór het arrest van de Hoge Raad.

Het voordeel van de beoogde regeling is dat eerder zekerheid bestaat over het van toepassing zijnde btw-tarief. Daarnaast wordt met de beoogde regeling voorkomen dat met de Belastingdienst langdurige discussies moeten worden gevoerd over de vraag of een product op grond van bedoelde uitspraak van de Hoge Raad kan profiteren van het verlaagde btw-tarief.

Beoogde inwerkingtreding

Het is de bedoeling dat de voorgestelde regeling op 1 januari 2018 in werking treedt.

Internetconsultatie

Een tekstvoorstel met toelichting is online gepubliceerd. Het Ministerie van Financiën biedt betrokkenen gelegenheid om te reageren op het voorstel. De consultatie sluit op 14 augustus 2017.