Op 13 juli 2017 heeft de voorzieningenrechter van rechtbank Gelderland een belangrijke uitspraak gewezen over de verwerking van persoonsgegevens bij het gebruik van een afvalpassensysteem voor ondergrondse afvalcontainers. De Autoriteit Persoonsgegevens (“AP”) constateerde dat de gemeente Arnhem in strijd handelde met de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”) omdat persoonsgegevens werden verwerkt zonder dat dit noodzakelijk was voor de publiekrechtelijke taak. De AP had echter afgezien van handhavend optreden omdat de gemeente voornemens was om een nieuw afvalsysteem in te voeren dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk zou maken en daarmee de geconstateerde overtredingen van de Wbp zou beëindigen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de AP ten onrechte had afgezien van handhavend optreden omdat de AP er niet van uit heeft mogen gaan dat sprake is van concreet zicht op legalisatie, aangezien er binnen de gemeente nog discussie was over de invoering van het nieuwe systeem. De AP heeft de gemeente recent een last onder dwangsom opgelegd die ertoe leidt dat het gebruik van het huidige afvalpassensysteem wordt afgeschaft en dat reeds opgeslagen persoonsgegevens worden verwijderd.

Uitleg systeem afvalpassen

Vanaf medio 2014 konden ondergrondse afvalcontainers in de gemeente Arnhem alleen nog worden geopend met een afvalpas. Elke keer wanneer er (rest)afval werd weggebracht, werden persoonsgegevens van de desbetreffende persoon geregistreerd, te weten de identiteit van de burger en het huisadres, in combinatie met de frequentie van het openen en sluiten van de betreffende afvalcontainer. Deze gegevens werden één tot maximaal 25 dagen bewaard.

Verzoek om Handhaving

Naar aanleiding daarvan heeft een inwoner van de gemeente Arnhem de AP verzocht handhavend op te treden tegen de gemeente. Volgens hem is sprake van schending van de Wbp, omdat het aanbieden van (rest)afval niet meer anoniem kan plaatsvinden.

AP weigert handhavend op te treden

Naar aanleiding van het verzoek om handhaving stelde de AP een onderzoek in. In de onderzoeksbevindingen concludeerde de AP dat het college van burgemeester en wethouders van Arnhem de persoonsgegevens in strijd met de Wbp heeft verwerkt. Persoonsgegevens werden verwerkt zonder dat dit noodzakelijk was voor de publiekrechtelijke taak. Dit leverde schending op van artikel 8 aanhef en onder e Wbp. Ook werden de persoonsgegevens, gelet op de doeleinden, bovenmatig verstrekt en handelde het college in strijd met artikel 11 eerste lid Wbp.

Hoewel de AP oordeelde dat er sprake was van een ongeoorloofde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, besloot zij toch af te zien van handhavend optreden. Volgens de AP was er concreet zicht op legalisatie. De gemeente zou op 1 januari 2018 een nieuw systeem – Diftar (gedifferentieerde afvalheffing) – invoeren dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk zou maken. Handhavend optreden zou onevenredig zijn gelet op de kosten die de gemeente vooruitlopend op het nieuwe systeem zou moeten maken aldus de AP.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland acht het besluit van de AP om te weigeren om handhavend op te treden onrechtmatig en schorst het besluit. Volgens de rechtbank is er geen concreet zicht op legalisatie omdat het allerminst zeker is wanneer de gemeente het nieuwe systeem zal invoeren. De gemeenteraad heeft weliswaar over het nieuwe systeem gesproken maar heeft nog geen definitief besluit genomen over de invoering daarvan per 1 januari 2018. De voorzieningenrechter heeft hierin aanleiding gezien om het besluit van de AP te schorsen totdat er op het bezwaar van de verzoeker is beslist. De voorzieningenrechter heeft verder bepaald dat het de AP niet zal gelasten handhavend op te treden aangezien er bij de beslissing op bezwaar rekening kan worden gehouden met alle nieuwe ontwikkelingen omtrent Diftar.

Stand van zaken: AP treedt alsnog handhavend op

Inmiddels heeft de AP alsnog besloten om handhavend op te treden tegen de gemeente Arnhem. Op 1 augustus 2017 heeft de AP een last onder dwangsom aan het college opgelegd. De last houdt in dat de afvalcontainers uiterlijk op 1 september 2017 open moeten worden gesteld zonder dat de afvalpas daarbij behoeft te worden gebruikt. Tevens is de gemeente gehouden om per 1 oktober 2017 alle bewaarde persoonsgegevens te verwijderen. De gemeente Arnhem heeft inmiddels laten weten hier zo snel mogelijk aan te zullen voldoen.

Gevolgen voor de praktijk

Deze uitspraak van de voorzieningenrechter kan gevolgen hebben voor alle gemeenten die gebruik maken van een dergelijk afvalpassensysteem. Zij moeten zich ervan bewust zijn dat zij mogelijk in strijd handelen met de Wbp en dat handhavend optreden aan de orde kan zijn indien het bewaren van persoonsgegevens niet noodzakelijk is ter uitvoering van hun publieke taak.

Het bericht ‘Gebruik van afvalpassen voor ondergrondse containers strijdig met de Wet bescherming persoonsgegevens. Autoriteit Persoonsgegevens treedt alsnog handhavend op‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.