Voor diverse activiteiten stelt de overheid subsidies beschikbaar. Te denken valt aan subsidies ter stimulering van de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening in Nederland, zoals de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). Deze subsidieregeling is bedoeld voor bedrijven die hernieuwbare energie (gaan) produceren. Een ander voorbeeld zijn de subsidies voor het verrichten van openbaar vervoer, die ertoe dienen om ervoor te zorgen dat er in Nederland een goed functionerend openbaar vervoernetwerk is. De procedure van subsidieverstrekking verloopt in diverse fasen, die gewoonlijk bestaan uit: de aanvraag; de subsidieverlening; de subsidievaststelling; en de bevoorschotting en de betaling. In deze blog uit de FAQ-serie worden de verschillende fasen voor subsidieverstrekking beschreven.

Aanvraag

Om in aanmerking te komen voor een subsidie, moet eerst een aanvraag worden ingediend. De meeste subsidieregelingen bepalen dat een aanvraag moet worden ingediend vóór de afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd. Bij dit laatste kan gedacht worden aan de vierjarige instellingssubsidie in het kader van de subsidieregeling culturele basisinfrastructuur (BIS).

Subsidieverlening

Na de aanvraag volgt de beschikking tot subsidieverlening. Het gaat hier om een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen, omdat de aanspraak nog niet definitief is. De subsidieverlening vindt plaats in een stadium waarin de activiteiten nog niet zijn verricht en onbekend is of later alle voorwaarden vervuld zullen worden. In de beschikking tot subsidieverlening worden opgenomen een omschrijving van de te subsidiëren activiteit(en); het maximumsubsidiebedrag; de duur van de subsidie en de subsidievoorwaarden, waaronder eventueel een begrotingsvoorbehoud. Daarnaast kan de beschikking onder meer subsidieverplichtingen bevatten. Te denken valt aan diverse administratieve verplichtingen.

Subsidievaststelling

Na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie. Wordt geen aanvraag ingediend, dan kan het bestuursorgaan de subsidie op eigen initiatief vaststellen.

De subsidie wordt vastgesteld overeenkomstig de subsidieverlening, indien de gesubsidieerde activiteit is verricht en de subsidieontvanger aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Anders dan de subsidieverlening, geeft de vaststelling een onvoorwaardelijke aanspraak op betaling van het vastgestelde subsidiebedrag.

Het komt voor dat direct tot subsidievaststelling wordt overgegaan zonder dat een subsidieverleningsbeschikking daaraan vooraf is gegaan. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de aanvraag voor subsidieverstrekking wordt ingediend nadat de subsidiabele activiteit al heeft plaatsgevonden. Subsidieverlening heeft in zo’n geval geen zin. De subsidievaststelling komt nu voor een deel in de plaats van de subsidieverlening. Daarom bevat de beschikking tot subsidievaststelling in zo’n geval een aantal elementen die gewoonlijk alleen in de subsidieverleningsbeschikking worden opgenomen, zoals de aanduiding van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt en eventuele subsidieverplichtingen.

Bevoorschotting en betaling

Ten slotte wordt het subsidiebedrag betaald overeenkomstig de subsidievaststelling. Normaliter geschiedt de betaling binnen zes weken na de subsidievaststelling. Het is gebruikelijk dat aan de subsidieontvanger vooruitlopend op de betaling al bij beschikking voorschotten worden verleend en betaald, bijvoorbeeld in de fase na de subsidieverlening maar vóór de subsidievaststelling. Op die manier wordt de subsidieontvanger alvast de middelen geboden om de gesubsidieerde activiteit te verrichten. Bij de betaling van het subsidiebedrag worden de eventueel al eerder betaalde voorschotten van het uiteindelijke uit te betalen bedrag afgetrokken.

Tijdlijn

Hieronder zijn de verschillende fasen voor subsidieverstrekking in een visuele tijdlijn weergegeven.

Please click here to view image