Per 1 juli 2013 is de Leegstandwet gewijzigd. De Leegstandwet is gewijzigd - onder andere - om het woningeigenaren gemakkelijker te maken te koop staande woningen tijdelijk te verhuren. De belangrijkste wijzigingen zijn dat een leegstandsvergunning voor een langere duur kan worden afgegeven, gemeenten geen aanvullende eisen meer mogen stellen en particulieren vrij zijn in het bepalen van de huurprijs voor hun te koop staande woning.

Huurbescherming woonruimte

Indien een verhuurder een woning tijdelijk wenst te verhuren, bijvoorbeeld in afwachting van een renovatie of verkoop van de woning, is normaal gesproken de wettelijke huurbescherming van toepassing waardoor de verhuurder de huurovereenkomst niet zomaar kan beëindigen als de renovatie een aanvang neemt of de woning is verkocht. Daarover zal de rechter moeten beslissen. Deze bescherming kan contractueel niet worden uitgesloten.

Leegstandwet

De Leegstandwet biedt mogelijkheden om een woning te verhuren zonder dat de huurder deze huurbescherming geniet. De verhuurder heeft dan zekerheid over de mogelijkheden tot beëindiging van de huurovereenkomst. Dit is mogelijk voor (1) woonruimte in een gebouw dat is bestemd voor groepsgewijze huisvesting, verzorging of verpleging, logiesverschaffing, administratie of onderwijs of een combinatie van die doeleinden (bijvoorbeeld een leegstaand kantoorgebouw, ziekenhuis of school), of voor (2) een woning bestemd voor verkoop (die nooit bewoond is geweest, die twaalf maanden voor de leegstand door de eigenaar bewoond is geweest of in tien jaar slechts drie jaar verhuurd is geweest) of voor (3) een huurwoning die is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw. In die gevallen kan de eigenaar bij de gemeente een vergunning vragen om de woning op grond van de Leegstandwet te mogen verhuren.

De eigenaar moet aantonen dat de woning leeg staat, dat hij de woning niet op andere wijze dienstbaar kan maken aan de volkshuisvesting en dat de woning in voldoende mate zal worden bewoond. In geval van vernieuwbouw, moet de eigenaar aantonen dat deze van ingrijpende aard is en binnen een redelijke termijn zal plaatsvinden.

Als de vergunning wordt verleend, is de eigenaar wel verplicht de woning voor ten minste zes maanden te verhuren en geldt een opzegtermijn voor de verhuurder van minimaal drie maanden.

Wijzigingen per 1 juli 2013

Met ingang van 1 juli 2013 worden de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur echter verruimd. De volgende wijzigingen zijn ingevoerd.

  • De gewijzigde Leegstandwet maakt het voor verhuurder van een woning die bestemd is voor verkoop mogelijk om een huurprijs overeen te komen die niet afhankelijk is van het puntensysteem voor huurwoningen. Voorheen bepaalde de gemeente in de vergunning een maximale huurprijs gebaseerd op dit puntensysteem. Voor andere soorten woningen die worden verhuurde op basis van de Leegstandwet blijft het puntensysteem wel van toepassing.
  • Als de verhuurder voldoet aan de eisen van de Leegstandwet, mag de vergunning niet worden geweigerd. Gemeenten mogen niet langer aanvullende eisen stellen.
  • De vergunning voor te koop staande woningen wordt ineens verleend voor vijf jaar en particuliere eigenaren mogen maximaal twee woningen op grond van de Leegstandwet verhuren. Een verlenging na vijf jaar is niet mogelijk.
  • Voor leegstaande gebouwen zonder woonbestemming (kantoorgebouwen) die een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan verkrijgen, wordt de vergunning verleend voor de duur van de ontheffing, met een maximum van tien jaar.
  • Voor andere gevallen wordt de vergunning verleend voor maximaal twee jaar en kan deze telkens met een jaar worden verlengd, met dien verstande dat leegstaande gebouwen maximaal voor tien jaar kunnen worden verhuurd en huurwoningen bestemd voor afbraak of vernieuwbouw maximaal voor zeven jaar.
  • Een andere aanpassing is dat een woning na 1 juli 2013 meerdere malen onder de gewijzigde Leegstandwet kan worden verhuurd, terwijl tot nu toe maar een keer een vergunning kon worden afgegeven. Voorwaarde is wel dat sinds het verstrijken van een eerdere vergunning voor tijdelijke verhuur onder de Leegstandwet, ten minste vijf jaar lang sprake moet zijn geweest van reguliere verhuur of zelfbewoning door de eigenaar.

Conclusie

De gewijzigde Leegstandwet biedt ruimere mogelijkheden om een woning te verhuren zonder dat de huurder wettelijk wordt beschermd, met name particuliere eigenaren van te koop staande woningen verkrijgen meer vrijheid. Echter, ook de mogelijkheden om leegstaande gebouwen met een andere bestemming te verhuren als woonruimte zijn ruimer geworden.

Source: CMS Newsflash Real Estate & Construction, 2013, nr. 8