CIVIEL

Overgang van onderneming en overdracht van materieel KLM heeft het vrachtvervoer van Martinair overgenomen. De vraag is of sprake is van 'overgang van onderneming' (art. 7:662 BW) zodat Martinair-vliegers van rechtswege in dienst zijn gekomen van KLM. Bij de beantwoording van deze vraag is van wezenlijk belang of de vliegtuigen zijn overgedragen. Volgens de HR heeft het hof ten onrechte alleen beoordeeld of sprake is van eigendomsoverdracht, terwijl het erom gaat of de vliegtuigen feitelijk worden ingezet bij de exploitatie van de onderneming van KLM.

ECLI:NL:HR:2019:1858

CIVIEL

Belangenafweging bij beroep op eenzijdig wijzigingsbeding Bij een beroep op een eenzijdig wijzigingsbeding (art. 7:613 BW) door de werkgever dient een belangenafweging plaats te vinden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen ten nadele van de werknemer worden gewijzigd als dit wordt gerechtvaardigd door voldoende zwaarwegende belangen van de werkgever. Het bij deze belangenafweging voor het doorvoeren van de wijziging vereiste gewicht van de belangen van de werkgever wordt mede bepaald door het gewicht van de belangen van de werknemer die daartegenover staan.

Zie de uitspraken: ECLI:NL:HR:2019:1864 ECLI:NL:HR:2019:1867 ECLI:NL:HR:2019:1869 ECLI:NL:HR:2019:1870

 

STRAF

Misbruik persoonsgegevens van een ander: strafbaar bij nadeel van die ander Verdachte heeft met de Flixbus de Nederlands-Duitse grens gepasseerd, waarbij hij zich tegenover de marechaussee met een Duitse verblijfsvergunning van een ander heeft geïdentificeerd. Dat is op grond van art. 231b Sr strafbaar als daardoor 'enig nadeel' kan ontstaan. Op grond van de wetsgeschiedenis oordeelt de HR dat het moet gaan om financieel of ander nadeel van degene wiens gegevens worden misbruikt.

ECLI:NL:HR:2019:1698

FISCAAL

Termijnoverschrijding verschoonbaar bij verandering adres Belastingdienst Belanghebbende zond een verzoek tot ambtshalve vermindering naar het op de aanslag vermelde postbusnummer. PostNL retourneerde de brief omdat het postbusnummer op moment van indiening niet meer bij de Belastingdienst in gebruik was. Belanghebbende heeft het verzoek vervolgens buiten de toepasselijke vijfjaarstermijn naar het juiste adres van de Belastingdienst verzonden. De HR onderschrijft het oordeel van het hof dat deze termijnoverschrijding niet voor rekening van belanghebbende komt, omdat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is.

ECLI:NL:HR:2019:1871 

Meld u aan voor de Hoge Raad News Update