Op 7 februari 2013 heeft het Hof van Cassatie een arrest van het hof van beroep te Brussel vernietigd waarbij dit laatste hof ervan uitging dat de vzw die ermee belast is de honoraria van ziekenhuisgeneesheren centraal te innen, uitsluitend voor naam en rekening van haar leden-geneesheren hendelde.

Het hof van beroep oordeelde immers dat dergelijke vzw uitsluitend in het kader van de wettelijke taak van centrale inning een bankrekening had kunnen openen bij een bankinstelling. Bijgevolg oordeelde het hof van beroep dat enkel de algemeenheid van ziekenhuisgeneesheren titularis van deze bankrekening was en kon zijn.

Deze stelling werd voor het Hof van Cassatie aangevochten. Dit Hof oordeelde, in dit kader, dat het inderdaad niet wettelijk verplicht is dat een bankrekening wordt geopend voor de centrale inning van erelonen. De statutaire taken van de vzw die belast is met deze centrale inning is bovendien niet beperkt tot een lastgeving.

Menig ziekenhuisbeheerder zal in dit arrest willen lezen dat de honoraria niet aan de geneesheren toebehoren.

Ons inziens is dergelijke lezing onterecht. Evenwel is dergelijk arrest van aard om het nut van dergelijk centraal inningsyteem ingesteld door de medische raad enigszins te beperken.

Gelet op de principekwestie die in dit geschil ter sprake komt zal de verdere behandeling van deze zaak door het hof van beroep te Luik bijzonder aandachtig gevolgd moeten worden.

Niets nieuws onder de zon dus…