Voor een rechtsgeldige forumkeuze in algemene voorwaarden is vereist dat deze voorwaarden zijn medegedeeeld en wel zo dat de opdrachtgever het forumkeuzebeding in die voorwaarden kent of heeft kunnen kennen. Een arbitraal beding kan (in zakelijke relaties) veelal ‘eenvoudiger’ werkzaam worden overeengekomen.

Algemene voorwaarden moeten voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst aan de orde zijn geweest en geaccepteerd. Men kan niet eenzijdig achteraf, bijvoorbeeld middels een verwijzing op de factuur algemene voorwaarden van toepassing verklaren. Wel is in de rechtspraak aanvaard, dat algemene voorwaarden ook voor een nieuwe opdracht gelden, als er sprake is van een bestendige handelsrelatie, waarin eerder naar algemene voorwaarden werd verwezen. Wanneer partijen later wederom met elkaar contracteren kan een eerder mislukte toepasselijkverklaring tot gevolg hebben, dat de latere overeenkomst door de algemene voorwaarden wordt beheerst. Dan kan het van belang zijn, dat ook op facturen telkens naar de algemene voorwaarden is verwezen. In principe geldt echter: een verwijzing op de factuur is te laat.

In de zaak die geleid heeft tot het arrest Petermann / Frans Maas (HR 2 februari 2001, LJN AA9767) lag de vraag voor of een arbitraal beding in de algemene voorwaarden van de expediteur, Frans Maas, tussen partijen van kracht was. De (Nederlandse) expediteur verwees naar de algemene voorwaarden (de FENEX-voorwaarden) in een voorgedrukte voettekst op zijn offertes. De vraag was of de (Duitse) opdrachtgever, door zonder meer de opdracht te verlenen, had ingestemd met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en het daarin opgenomen arbitraal beding. Het hof beantwoordde die vraag bevestigend en de Hoge Raad liet dat oordeel in stand.

Aan een forumkeuze zijn in artikel 25 van de herziene EEX-Verordening vanwege de soms letterlijk ver (een bevoegde rechter in een ander land) strekkende gevolgen, strengere regels, vormvereisten, gesteld, dan voor ‘zo maar een contractuele bepaling’. Dit heeft ook effecten voor een forumkeuzebeding in algemene voorwaarden. In arresten van 30 maart 2012 (LJN BV2355 en BV2356) heeft de Hoge Raad al voor de ‘oude’ verordening het volgende uitgemaakt. Om een rechtsgeldige internationale forumkeuze te kunnen aannemen ex art. 25 lid 1 en sub b EEX-Vo (dat is: in een vorm die wordt toegelaten door een tussen partijen gebruikelijk geworden handelswijze), is onvoldoende dat ook eerdere facturen verwijzen naar algemene voorwaarden waarin het forumkeuzebeding is opgenomen. De maatstaf van het arrest Petermann / Frans Maas, geldt in dit geval niet. De toepasselijkheid van art. 25 EEX-Vo vergt dat de voorwaarden waren meegedeeeld en wel op zodanige wijze dat de opdrachtgever het forumkeuzebeding in de voorwaarden kende of heeft kunnen kennen. Het is daarom verstandig in de voettekst die verwijst naar de algemene voorwaarden ook de forumkeuze volledig op te nemen.

Hoe verhoudt deze uitspraak zich nu tot de casus die ten grondslag lag aan het arrest Petermann / Frans Maas? De gevallen vertonen feitelijk een sterke gelijkenis, maar kent toch kwam de Hoge Raad op 30 maart 2012 tot een hele andere uitkomst. Het bepalende verschil (zie ook ro. 3.6.5, slot) is dat het nu niet ging om een arbitraal beding maar om internationale forumkeuze. Op het arbitrale beding is de EEX-Vo niet van toepassing (vgl. art. 1 lid 2 sub d EEX-Vo), op het internationale forumkeuzebeding wel (art. 25 EEX-Vo). De Hoge Raad stelt met deze uitspraak buiten twijfel dat daarom in dit geval de maatstaf van arrest Petermann / Frans Maas niet geldt. Het gaat hier om een in algemene voorwaarden opgenomen forumkeuze waarop art. 25 EEX-Vo van toepassing is, zodat de toepasselijkheid van zo’n forumkeuzebeding moet worden getoetst aan de uit dit artikel voortvloeiende vormvereisten.

Let bij vervoer over zee op artikel 629 Rv. Op grond van dit artikel is tot het kennis nemen van geschillen tussen een vervoerder en een ontvanger, die niet de afzender was (zoals een derde- cognossementshouder of een derde-geadresseerde zonder cognossement) , inzake overeenkomsten tot vervoer geheel of gedeeltelijk per schip van een buiten Nederland gelegen plaats naar een in Nederland gelegen plaats van eindbestemming bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied die plaats in Nederland ligt. Onder ontvanger wordt mede begrepen, hij, die een vordering instelt terzake van niet afgeleverde zaken. Nietig is ieder beding, waarbij hiervan wordt afgeweken, tenzij zo’n beding: (a.) een rechter bevoegd verklaart van een met name genoemde plaats gelegen op het grondgebied van de staat waarin hetzij de vervoerder hetzij de ontvanger woonplaats heeft, of (b.) dit beding is neergelegd in een afzonderlijk, niet naar algemene voorwaarden verwijzend geschrift. Voldoende is dus wel een forumkeuze die voldoende duidelijk blijkt uit het vervoersdocument (zoals het cognossement) zelf.

Bij (internationaal) wegvervoer moet worden gelet op de dwingende bevoegdheidsregels van artikel 31 CMR, dat bepaalt dat naast (I) de door partijen gekozen rechter ook bevoegd zijn: (II) het gerecht van de woonplaats van de gedaagde; (III) het gerecht van de plaats van inontvangstneming van de goederen; (IV) het gerecht van de plaats bestemd voor de aflevering van de goederen.

Dus in principe heeft de eiser de alternatieve keuze om zijn wederpartij te dagvaarden voor vier rechtbanken. Art. 31 lid 1 CMR bepaalt daarnaast nog dat de procedures niet voor andere rechtbanken kunnen worden gebracht.