Voor een ruimtelijke ontwikkeling is vaak een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (Ffw) nodig.  Deze ontheffing zal aan een aantal criteria moeten voldoen. Voor de strikt beschermde dier- en plantensoorten geldt dat pas ontheffing wordt verleend als met die ontheffingverlening een belang wordt gediend zoals omschreven in de Habitat- of Vogelrichtlijn, Ffw of het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. Eén van de in de Habitatrichtlijn genoemde belangen is de dwingende reden van groot openbaar belang. In dit artikel van Fleur Onrust (ENVIR) en Annemarie Drahmann (Stibbe), dat is gepubliceerd in TBR 2014/112, wordt ingegaan op de vraag wanneer sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en hoe dit kan worden aangetoond.