"Kan een lidstaat een beschermingszone overeenkomsitg de habitatrichtlijn verkleinen, wanneer hij zijn strategie voor het herstel van beschermwaardige habitattypen wijzigt en de desbetreffende zones niet meer nodig heeft?"

Deze vraag staat centraal naar aanleiding van een prejudiciële vraag van de Nederlandse Raad van State aan het Hof van Justitie (zaak C-281/16).

Advocaat-Generaal Kokott verduidelijkt onder welke voorwaarden een verkleining van een speciale beschermingszone haar inziens mogelijk is.

1. Feitelijke context

Het in de Nederlandse provincie Zuid-Holland gelegen "Haringvliet" maakt het voorwerp van discussie uit. Dit gebied werd, op voorstel van de Nederlandse autoriteiten, door de Commissie aangeduid als een gebied van communautair belang ("GCB") met als doel om het deel te laten uitmaken van het Natura 2000-netwerk. Hoewel de Nederlandse autoriteiten van oordeel waren dat er in dit gebied geen habitattypen en -soorten aanwezig waren, meenden zij dat deze polder geschikt was in het kader van habitatherstel.

In 2014 verzochten de Nederlandse autoriteiten aan de Europese Commissie om het gebied "Haringvliet" te verkleinen door de zgn. "Leenheerenpolder" uit de aanduiding te lichten. De Leenheerenpolder, zo argumenteerde Nederland, bevatte immers geen natuurwaarden en daarenboven waren de plannen om aldaar natuur te ontwikkelen, verlaten. De instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied "Haringvliet" zouden ook zonder de Leenheerenpolder afdoende zijn gediend. De Nederlandse autoriteiten waren van oordeel dat hun oorspronkelijke voorstel om de Leenheerenpolder in het gebied "Haringvliet" op te nemen, op een wetenschappelijke fout berustte.

De Europese Commissie gaf gevolg aan het verzoek van de Nederlandse autoriteiten en lichtte de Leenheerenpolder uit de aanduiding als gebied van communautair belang. Het ingekrompen Haringvliet (zonder Leenheerenpolder) werd vervolgens als speciale beschermingszone ("SBZ-H") in de zin van de Habitatrichtlijn aangeduid.

In het kader van een procedure tegen deze ingekrompen aanduiding als SBZ-H heeft de Nederlandse Raad van State het Hof van Justitie verzocht om uitspraak te doen over de geldigheid van het besluit van de Commissie tot verkleining van het gebied Haringvliet.

Op 15 juni 2017 is in deze zaak de conclusie van de Advocaat-Generaal tussengekomen.

Mevrouw Kokott meent dat de voorliggende verkleining ongeldig is, maar zet niettemin de bakens uit waarbinnen een verkleining wel mogelijk is.

Wij schijnen hierna alvast ons licht op de bevindingen van Advocaat-Generaal J. Kokott.

3. Tips & Tricks

  • Hoe? voor het verkleinen van een gebied van communautair belang wordt niet in een bijzondere, afwijkende procedure voorzien. Dezelfde procedure als bij de initiële plaatsing van het gebied is aldus van toepassing, evenwel:
  • op voorwaarde dat is aangetoond dat het gebied dat het voorwerp uitmaakt van een voorstel tot verkleining niet van aanzienlijk ecologisch belang kan zijn en niet voor de gehele EU noodzakelijk is. In de hypothese waar (i) een zone uitsluitend met het oog op toekomstige maatregelen tot het herstel van habitattypen en/of voorkomens van soorten werd aangeduid als gebied van communautair belang en (ii) de lidstaat informatie verstrekt die het voor de Commissie mogelijk maakt vast te stellen dat maatregelen met betrekking tot deze zones niet noodzakelijk zijn om een gunstige staat van instandhouding van de desbetreffende habitattype en/of soorten te garanderen, kan de Commissie - op voorstel van de lidstaat - een gebied van communautair belang verkleinen. In die omstandigheden zou een beleidswijziging aldus kunnen resulteren in een verkleining van een gebied van communautair belang.
  • Een loutere beleidswijziging zal, aldus de Advocaat-Generaal, daarentegen niet worden beschouwd als een wetenschappelijke fout die een verkleining van een gebied van communautair belang rechtvaardigt.
  • Het Commissiebesluit houdende de inkrimping van een gebied van communautair belang moet ten slotte steeds met redenen omkleed zijn.

Hoewel de conclusie van de Advocaat-Generaal geen voorafname doet op het finaal oordeel van het Hof van Justitie, vormt zij wel reeds een belangrijke indicatie van dit oordeel. Wij wachten het arrest van het Hof in spanning af. Het Hof heeft immers nog niet eerder bevestigd dat een beleidswijziging een verkleining van een gebied van communautair belang zou kunnen rechtvaardigen. Benieuwd of er aldus een principearrest in deze zaak zal vallen.