De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is op 1 april 2013 ontstaan uit een fusie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), OPTA en de Consumenten Autoriteit. Tot 1 augustus 2014 handelde ACM op basis van de oorspronkelijke bevoegdheden waarover de drie verschillende toezichthouders destijds beschikten. Dat betekende dat ACM in bijvoorbeeld mededingingszaken beschikte over andere – in de praktijk: ruimere – bevoegdheden dan in bijvoorbeeld consumentenzaken. Door de inwerkingtreding van de Stroomlijningswet per 1 augustus 2014 zijn deze bevoegdheden in belangrijke mate gelijk getrokken. Daarnaast is een aantal wijzigingen doorgevoerd die los staan van de oprichting van ACM. Deze blog zal hoofdzakelijk op deze wijzigingen ingaan.

Verhoging wereldwijde omzetdrempel voor de toepasselijkheid van de meldingsplicht van fusies

Voor de dagelijkse praktijk is één van de belangrijkste wijzigingen de verhoging van de omzetdrempels voor het vaststellen van de meldingsplicht van concentraties (i.e. fusies, overnames en de oprichting van bepaalde joint-ventures). Waar voorheen een wereldwijde omzetdrempel € 113,45 miljoen gold, is de drempel nu verhoogd naar € 150 miljoen. De tweede drempel, die betrekking heeft op de nationale omzet, blijft ongewijzigd op € 30 miljoen. Voor zorginstellingen verandert er niets. Daar blijven de verlaagde omzetdrempels (onder meer bestaande uit een gezamenlijke omzetdrempel van € 55 miljoen) onverkort gelden.

Beperking van het (afgeleide) zwijgrecht voor de ex-werknemer

Een voor kartelonderzoeken belangrijke wijziging is de inperking van het zwijgrecht voor ex-werknemers. In haar uitspraak van 21 december 2012 oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) dat ex-werknemers beschikken over een afgeleid zwijgrecht. Dit houdt in dat zij zich kunnen beroepen op hun zwijgrecht indien zij worden ondervraagd over (het handelen van) de onderneming waarvoor zij destijds werkten. De wetgever heeft hier in de Stroomlijningswet een eind aan gemaakt. Ex-werknemers kunnen zich niet langer ten behoeve van hun voormalig werkgever beroepen op hun zwijgrecht. Het zwijgrecht geldt dus enkel voor de bij de onderneming werkzame natuurlijke personen. Het zwijgrecht blijft wél onverkort gelden indien de ex-werknemer zelf van een overtreding wordt verdacht.

Afschaffing duaal stelsel consumentenbescherming

De Stroomlijningswet maakt ook een einde aan een anomalie in het toezicht van ACM, namelijk dat ACM een deel van het consumentenbeschermingsrecht niet publiekrechtelijk maar via het civiele recht moest handhaven. Vanaf 1 augustus 2014 vindt handhaving van de Wet handhaving consumentenbescherming uitsluitend plaats via de bestuursrechtelijke weg. De verwachting is dat dit het toezicht op het consumentenrecht efficiënter – en voor ACM: laagdrempeliger – zal maken. Bovendien biedt bestuursrechtelijke handhaving de mogelijkheid om boetes op te leggen. Naar verwachting zal ACM in de toekomst dus sneller boetes opleggen voor schendingen van consumentenbeschermingsregels.

Boetebesluiten: schorsende werking van bezwaar en publicatieplicht

Tot 1 augustus 2014 konden partijen aan wie ACM een boete had opgelegd de betalingsplicht uitstellen door het instellen van bezwaar en beroep. In de praktijk betekende dit dat de boete doorgaans pas vele jaren later (weliswaar met rente) moest worden betaald. De wetgever vond deze situatie onwenselijk. Daarom is in de Stroomlijningswet vastgelegd dat het instellen van bezwaar tegen een boetebesluit van ACM de betalingsverplichting slechts voor 24 weken opschort. De praktijk leert evenwel dat boetes na het doorlopen van de bezwaar- en beroepsprocedure met grote regelmaat worden verlaagd of soms zelf geheel weggestreept. ACM moet (en zal) zich dus niet rijk rekenen. Het is waarschijnlijk dat ACM regelmatig ten minste een deel van de betaalde boete moet terugbetalen aan de beboete onderneming of natuurlijk persoon.

Veranderingen in het openbaarmakingsregime

Uitgangspunt in de Stroomlijningswet is dat ACM alle boetebesluiten binnen 10 werkdagen bekendmaakt, tenzij één van de uitzonderingsgronden van de Wet Openbaarheid van Bestuur van toepassing is. Bij boetes van de hoogste categorie (zoals doorgaans boetes voor kartels) moet het besluit volledig openbaar worden gemaakt en is de enige mogelijke uitzondering passages die vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten. Ook de namen van de betrokken (natuurlijke) personen moeten in beginsel openbaar worden gemaakt. Hierop is dan weer wel een specifieke uitzondering mogelijk (namelijk als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer).

Voor besluiten waarin geen boete wordt opgelegd (bijvoorbeeld geschilbesluiten of aanwijzingsbesluiten) krijgt ACM een aanzienlijke beoordelingsruimte. Op grond van de Stroomlijningswet kán ACM deze besluiten openbaar maken. Zij is daartoe dus niet verplicht. Datzelfde geldt voor overige documenten die door haar of in haar opdracht zijn vervaardigd.

Legal privilege

Om te voorkomen dat, bijvoorbeeld bij bedrijfsinvallen, mededingingsautoriteiten (gevoelige) correspondentie tussen ondernemingen en hun advocaten gebruiken voor hun onderzoeken bestaat er in mededingingszaken al geruime tijd een “legal privilege”. Documenten die onder dat legal privilege vallen, mogen niet worden gebruikt door ACM. Tot 1 augustus jl. bestond er onduidelijkheid over de vraag of dat legal privilege ook gold voor advisering op het gebied van bijvoorbeeld de Elektriciteits- of Telecommunicatiewet. De Stroomlijningswet maakt hieraan een eind door expliciet te bepalen dat het legal privilege zich uitstrekt tot alle geschriften die uitgewisseld zijn tussen de onderneming en de advocaat.

Conclusie

Zoals de naam het al zegt, beoogt de Stroomlijningswet primair om de verschillende bevoegdheden waarover ACM op grond van de verschillende wetten beschikte te stroomlijnen. Voor het toezicht op het mededingingsrecht zijn de veranderingen in dat opzicht relatief beperkt, aangezien de Mededingingswet ACM al verstrekkende bevoegdheden toekende. Voor het toezicht op andere wetten (zoals de regels op het gebied van consumentenbescherming) zullen ACM’s bevoegdheden toenemen. Mogelijk zal dat leiden tot een wat repressiever toezicht.