In een arrest van 5 mei 2014 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over het prijsonderzoek verricht door de aanbestedende overheid in het kader van een onderhandelingsprocedure. 

Verzoekende partij beweerde in haar eerste middel dat het prijsonderzoek partieel en onzorgvuldig zou zijn gebeurd aangezien de aanbestedende overheid haar prijsonderzoek vooreerst beperkt heeft tot drie posten, niettegenstaande het ging om een opdracht tegen globale prijszetting, en de tussenkomende partij op geen enkele wijze zou hebben aangegeven hoe zij haar globale prijs heeft opgedeeld.

De Raad van State heeft dit middel evenwel verworpen. In het arrest benadrukt de Raad van State vooreerst haar vaste rechtspraak, bevattende de ruime discretionaire bevoegdheid van de aanbestedende overheid, die nog ruimer is in het kader van een onderhandelingsprocedure en doordat het ging om intellectuele diensten (waar de inschrijver steeds een ruimere marge bij de prijszetting heeft). De Raad van State benadrukt daarbij dat zij zich geenszins in de plaats van het bestuur mag stellen.

Vervolgens stelt de Raad van State vast dat met de gegeven prijsverantwoording afdoende precieze en gedetailleerde elementen ter beschikking werden gesteld, op basis waarvan een zorgvuldig prijsonderzoek is verricht. Het ging om een vergelijkende tabel en een grondige uiteenzetting van diverse verantwoordingselementen, een gedetailleerde uiteenzetting van de geboden prijs en deelprijzen, enz…

Tot slot zag de Raad van State ook geen graden in het feit dat het prijsonderzoek beperkt was tot drie posten, niettegenstaande het ging om een opdracht tegen globale prijszetting, aangezien deze posten het voornaamste gedeelte vertegenwoordigden van de uit te voeren dienstopdracht.

De aanbestedende overheid moet er dus met andere woorden tijdens het (verplicht) prijsonderzoek, en later bij het nemen van de gunningsbeslissing, over waken dat voldoende elementen de prijs van de geselecteerde inschrijver kunnen verantwoorden. Dit is des te meer het geval indien deze prijs zou afwijken van de prijs in de offertes van andere inschrijvers. 

De mate waarin de prijzen van elkaar afwijken en de zorgvuldigheid die de aanbestedende aan de dag moet leggen lijken overigens te werken als communicerende vaten. Hoe groter de afwijking, hoe zorgvuldiger men daarmee moet omspringen en visa versa.   

Bron: RvS 5 mei 2014, nr. 227.259

Bijkomende informatie:P. Thiel, Mémento des marchés publics et des PPP 2012, Brussel, Kluwer, 2011, 539