Het tegengaan van geoblocking staat al geruime tijd hoog op de agenda van de Europese Commissie, zeker na de afronding van het e-commerce sectoronderzoek. Via verschillende routes probeert de Commissie geoblockingspraktijken aan te pakken. Zo is de Commissie dit jaar meerdere onderzoeken gestart naar ongeoorloofde geoblocking als onderdeel van het distributiebeleid van enkele kledingmerken en merchandise-licentiegevers (zie ook deze blog). Ook wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan een conceptverordening die (online) aanbieders van goederen en (elektronische) diensten verbiedt te discrimineren naar nationaliteit of verblijfplaats van klanten binnen de EU. Deze blog schetst de ontwikkelingen op het gebied van geoblocking- en geodiscriminatie en zal een voorschot nemen op de inhoud van de nieuwe Europese regelgeving en de implicaties hiervan voor de praktijk.

Verschillende vormen van geoblocking en nieuwe wetgeving

Geoblocking is een ruim begrip en ziet op het maken van onderscheid op basis van de locatie van de distributeur, afnemer of consument. Geoblocking kan zich voordoen in de volgende drie situaties:

  1. het langs geografische grenzen inrichten van licentie- en distributieovereenkomsten,
  2. het verhinderen van grensoverschrijdende toegang tot digitale content, en
  3. het discrimineren van klanten uit andere Lidstaten bij (online) aankopen.

Het gaat hier om drie verschillende vormen van geoblocking die elk op verschillende manieren moeten worden geremedieerd. Om die reden heeft de Europese Commissie enkele verordeningen geïntroduceerd die gelijke behandeling van klanten bij grensoverschrijdende verkoop en gebruik van goederen en diensten dienen te bevorderen.

Allereerst is op 14 juni 2017 de Verordening betreffende grensoverschrijdende portabiliteit van online inhoudsdiensten aangenomen. Op basis hiervan hebben consumenten vanaf maart 2018 recht op toegang tot digitale content wanneer zij zich in een andere Lidstaat bevinden dan waar de content is aangeschaft (situatie onder (ii)). Daarnaast zal op korte termijn de Verordening inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie een realiteit zijn (“Geoblockingsverordening”) . Deze heeft tot doel unilaterale geoblockingsmaatregelen en geodiscriminatie tegen te gaan (situatie onder (iii)). In het bijzonder beoogt de Geoblockingsverordening te voorkomen dat op basis van de (tijdelijke) verblijfplaats of vestigingsplaats (gezamenlijk “geofactoren”) van een klant:

  • toegang tot websites, apps of andere platformen (“online-interface”) wordt verhinderd, bijvoorbeeld door automatisch om te leiden naar een andere online-interface (“re-routen”).
  • verschillende algemene verkoopvoorwaarden, waaronder (netto) prijzen, worden toegepast.
  • verschillende betalings- en leveringsvoorwaarden worden toegepast.

Reikwijdte van de Geoblockingsverordening

De Geoblockingsverordening ziet in beginsel op online en offline verkoop van fysieke goederen en levering van (elektronische) diensten door (online) aanbieders in situaties die geen zuivere interne aangelegenheid vormen. Met name de online verkoop door webshops zal worden geraakt door de nieuwe regels, maar bijvoorbeeld ook de offline levering van diensten door hotelaccommodaties en autoverhuurbedrijven. Bij levering van elektronische diensten kan gedacht worden aan clouddiensten, dataopslag, websitebeheer en cybersecurity.

De Commissie’s initiële conceptverordening schaart ook de levering van niet-audiovisuele auteursrechtelijk beschermde digitale content, zoals e-books, muziek en online games, onder de reikwijdte van het verbod op geoblocking. Audiovisuele contentdiensten, financiële retaildiensten, transportdiensten, elektronische communicatiediensten en zorgverleningsdiensten vallen volgens de eerste concepttekst echter buiten het bereik van de Geoblockingsverordening.

Tijdens het wetgevingsproces is veel discussie gevoerd over het exacte toepassingsbereik van de Geoblockingsverordening. Het voornaamste discussiepunt richtte zich op het voorgestelde amendement van het Parlementaire Comité om (onder meer) de levering van audiovisuele digitale contentdiensten mogelijk in de toekomst bij de geoblockingsregels te betrekken. Na kritiek van belangenverenigingen uit verschillende creatieve industrieën wordt toepassing van de geoblockingswetgeving op (niet-)audiovisuele auteursrechtelijk beschermde diensten door de wetgevende instanties heroverwogen. In het kader van deze ontwikkelingen kan overigens ook worden verwezen naar de momenteel aanhangige conceptverordening om de Europese regels rondom auteursrechten bij audiovisuele content te herzien.

Een andere reikwijdtekwestie die tijdens de onderhandelingsfase ter discussie heeft gestaan is of de Geoblockingsverordening zich dient te beperken tot transacties met consumenten of ook transacties met zakelijk afnemers dient te regelen. Hierover wordt momenteel nog gediscussieerd.

Inhoud en implicaties van de regels

Op basis van de Geoblockingsverordening is het aanbieders van online goederen of diensten niet toegestaan om toegang tot online interfaces te blokkeren of automatisch te re-routen. Om te mogen re-routen moet expliciet toestemming worden gegeven door klanten. Doel van dit verbod is dat klanten in staat worden gesteld om lokale websites te raadplegen en eventueel de prijzen in verschillende landen te vergelijken. De Geoblockingsverordening dwingt een (online) aanbieder echter niet om zijn business uit te breiden naar andere Lidstaten. Ook is hij niet gehouden om zijn prijzen en verkoopvoorwaarden in verschillende landen te harmoniseren.

De Geoblockingsverordening schrijft alleen voor dat een aanbieder van goederen of diensten binnen elke Lidstaat waar hij (reeds) actief is geen ongelijke voorwaarden hanteert op basis van geofactoren. Toepassing van prijsdifferentiaties en andere verschillen in de verkoopvoorwaarden op basis van de verblijf- of vestigingsplaats van een klant, is alleen toegestaan voor zover hier een (objectieve) rechtvaardiging voor bestaat. Zo geldt de verplichting om gelijke verkoopvoorwaarden te hanteren niet indien Europese of nationale wetgeving dit beletten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het verkopen van boeken volgens nationale boekenprijzen.

Verder is het verbod om bij het toepassen van betalingsvoorwaarden te discrimineren tussen lokale en buitenlandse klanten of betaalmethoden relevant. Hoewel het handelaren nog steeds vrij zal staan om te bepalen welke betaalmiddelen zij accepteren, mogen zij bij het gebruik van een bepaald geaccepteerd betaalmiddel geen onderscheid maken op basis van geofactoren van de klant, dan wel op basis van de locatie van diens betaaldienstverlener of betaalrekening. Een handelaar die Maestro als betaalmethode aanbiedt, zal derhalve ook buitenlandse Maestrobetaalpassen moeten accepteren. Het is overigens wel toegestaan om een vergoeding van de kosten die de handelaar maakt voor het gebruik van het betaalmiddel door te berekenen aan de klant.

Handhaving en inwerkingtreding

Op uitvoerend vlak bepaalt de Geoblockingsverordening dat Lidstaten één of meerdere autoriteiten moeten aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor (i) het verlenen van praktische bijstand aan consumenten en (ii) voor het toezicht op naleving van de geoblockingsgregels (inclusief het opleggen van boetes bij overtredingen). In deze context is ook de conceptverordening betreffende samenwerking tussen nationale autoriteiten op het gebied van consumentenbescherming vermeldenswaardig.

De Autoriteit Consument en Markt is door de Nederlandse overheid naar voren geschoven als mogelijke handhavende autoriteit. In een brief aan de Tweede Kamer merkt minister Koenders (BZ) op dat met een aanpassing van de Wet handhaving consumentenbescherming de bevoegdheden van de ACM zouden kunnen worden uitgebreid met toezicht op overtredingen van de geoblockingsregels ten aanzien van consumenten. Indien de Geoblockingsverordening ook zal zien op geoblockingspraktijken ten nadele van zakelijke afnemers, zal nog een aparte grondslag voor deze handhavingsbevoegdheden moeten worden gecreëerd.

De Europese wetgever streeft ernaar de Geoblockingsverordening voor het einde van dit jaar definitief aan te nemen. De Commissie heeft een korte overgangstermijn voorgesteld, waarbij de nieuwe regels een half jaar na publicatie in werking zullen treden. Het is daarom raadzaam voor ondernemingen die (online) goederen en (elektronische) diensten aanbieden om zich tijdig voor te bereiden en eventueel advies in te winnen over de gevolgen van de nieuwe Geoblockingsverordening voor hun business.