Verbod op gezamenlijke aanbiedingen met ??n of meer financi?le diensten verenigbaar met EU-recht

Het Hof van Justitie heeft in een prejudicieel arrest van 18 juli 2013 geoordeeld dat het Belgisch verbod op gezamenlijke aanbiedingen met financiële diensten verenigbaar is met het Europees recht. Vooral belangrijk is dat het Hof verduidelijkt dat het verbod ook verenigbaar is met het EU recht als er slechts één onderdeel in het gezamenlijk aanbod een financiële dienst is. Artikel 72 Wet Marktpraktijken blijft dus overeind.

1. Het Belgische verbod op gezamenlijke aanbiedingen met financi?le diensten

In een arrest van 23 april 2009 had het Hof van Justitie1 geoordeeld dat het algemeen Belgisch verbod op gezamenlijk aanbiedingen dat in de vorige Wet Handelspraktijken van 14 juli 1991 stond, in strijd was met de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken.2 Zoals bekend heeft de wetgever naar aanleiding van dat arrest in de nieuwe Wet Marktpraktijken van 6 april 20103 het verbod op gezamenlijke aanbiedingen afgeschaft, met ??n belangrijke uitzondering. Artikel 72, ?1 Wet Marktpraktijken handhaaft immers het verbod op gezamenlijke aanbiedingen van zodra ??n van de bestanddelen een financi?le dienst is:

Elk gezamenlijk aanbod aan de consument, waarvan minstens ??n bestanddeel een financi?le dienst is, en dat verricht wordt door een onderneming of door verscheidene ondernemingen die handelen met een gemeenschappelijke bedoeling, is verboden.

Vervolgens voorziet artikel 72 ? 2 wel in een aantal uitzonderingen op het verbod. Vaak zijn deze ge?nspireerd op de uitzonderingen die reeds in de wet handelspraktijken van 1991 bestonden. Zo zijn alsnog toegelaten: gezamenlijke aanbiedingen van (i) financi?le diensten die een geheel vormen, (ii) financi?le diensten en kleine door de handelsgebruiken aanvaarde goederen en diensten; (iii)  financi?le diensten en titels tot deelneming aan wettig toegestane loterijen; (iv)  financi?le diensten en voorwerpen waarop onuitwisbare en duidelijk zichtbare reclameopschriften zijn aangebracht, welke als dusdanig niet in de handel voorkomen, op voorwaarde dat de prijs waartegen de onderneming ze heeft gekocht, niet meer bedraagt dan 10 EUR, exclusief btw, of 5% van de verkoopprijs, exclusief btw, van de financi?le dienst waarmee ze worden aangeboden; (v) financi?le diensten en chromo?s, vignetten en andere beelden met geringe handelswaarde en tenslotte (vi) financi?le diensten en titels bestaande uit documenten die, na de aanschaf van een bepaald aantal diensten, recht geven op een gratis aanbod of een prijsvermindering bij de aanschaf van een gelijkaardige dienst, voor zover dat voordeel door dezelfde onderneming verstrekt wordt en niet meer bedraagt dan een derde van de prijs van de vroeger aangeschafte diensten.

2. Beslissing Hof van Justitie

Het hier besproken arrest van het Hof van Justitie van 18 juli 2013 gaat over een actie waarbij Citro?n bij de aankoop van een Citro?n-voertuig zes maanden omniumverzekering gratis aanbood. De Voorzitter van de rechtbank van koophandel oordeelde dat dit aanbod een gezamenlijk aanbod was in strijd met artikel 72 Wet Marktpraktijken en beval er de staking van.4 Het Hof van beroep te Brussel bevestigde dat het om een verboden gezamenlijk aanbod ging, maar vroeg aan het Hof van Justitie verduidelijking of het EU-recht wel toeliet om een gezamenlijk aanbod van financi?le producten en diensten te verbieden als niet alle bestanddelen van het aanbod een financieel product of dienst zijn, maar slechts ??n van de bestanddelen.5

In zijn antwoord van 18 juli 2013, is het Hof van Justitie bijzonder duidelijk. Het Hof bevestigt vooreerst de basisregel dat lidstaten geen marktpraktijken mogen verbieden die niet door de Richtlijn oneerlijke marktpraktijken zijn verboden, maar dat artikel 3, lid 9 van die Richtlijn voor financi?le diensten een uitzondering voorziet. Het gevolg is dat ?de lidstaten ingevolge die bepaling voor financi?le diensten vereisten opleggen die strenger of prescriptiever zijn dan de bepalingen van deze richtlijn.?6

Specifiek over de vraag of die uitzondering lidstaten ook toelaat gezamenlijke aanbiedingen te verbieden wanneer slechts ??n enkel onderdeel van het aanbod een financi?le dienst is, antwoordt het Hof onvoorwaardelijk positief:

?Voorts zij opgemerkt dat artikel 3, lid 9, van richtlijn 2005/29 zonder verdere precisering de lidstaten alleen toestaat strengere nationale regels vast te stellen met betrekking tot financi?le diensten. Het beperkt derhalve niet de mate waarin de nationale regels op dit punt strenger mogen zijn, en bevat geen criteria voor de mate waarin die diensten complex moeten zijn of risico?s moeten inhouden, willen de lidstaten deze diensten aan strengere regels onderwerpen. Uit de tekst van die bepaling blijkt evenmin dat de strengere nationale regels alleen betrekking kunnen hebben op gezamenlijke aanbiedingen die uit verschillende financi?le diensten bestaan of op gezamenlijke aanbiedingen waarvan de financi?le dienst het hoofdbestanddeel vormt.

Derhalve dient, anders dan Citro?n aanvoert, de toepassing van artikel 3, lid 9, van richtlijn 2005/29 niet te worden beperkt tot gezamenlijke aanbiedingen bestaande uit verschillende financi?le diensten of gezamenlijke aanbiedingen die een complexe financi?le dienst omvatten.?

Interessant te vermelden is ook nog dat het Hof niet enkel heeft onderzocht of artikel 72 Wet Marktpraktijken in overeenstemming is met de Richtlijn oneerlijke marktpraktijken. Het Hof antwoordde ook op de vraag van het Hof van beroep of een andere bepaling van het EU recht, meer bepaald het vrij verkeer van diensten, zich niet tegen artikel 72 Wet Marktpraktijken verzet. Ook hier is het antwoord van het Hof helder: het verbod op gezamenlijke aanbiedingen met financi?le producten belemmert weliswaar het vrije dienstenverkeer, maar is toch verenigbaar met dat vrije verkeer omdat de beperking beoogt de consument te beschermen en tevens evenredig is in het licht van de diverse uitzonderingen die artikel 72, ? 2 Wet Marktpraktijken voorziet.

3. Conclusie en gevolgen

De conclusie is dus duidelijk: artikel 72 Wet Marktpraktijken is verenigbaar met het EU-recht. Gezamenlijke aanbiedingen met financi?le diensten blijven dus verboden, tenzij men van ??n van de uitzonderingen uit artikel 72, ? 2 gebruik kan maken.

Dit is ongetwijfeld een opsteker voor de wetgever. Deze ?overwinning? kan echter niet verdoezelen dat de Wet marktpraktijken voor het overige op z??r veel punten strijdig blijft met het EU-recht en dringend ? in het kader van de nieuwe Codex Economisch Recht - zal moeten aangepast worden aan de diverse uitspraken van het Hof van Justitie, o.m. inzake sperperiode7, uitverkopen8, verkoop met verlies9, prijsverminderingsaankondigingen10, uitzonderingen voor vrije beroepen11, enz.