De Europese Commissie heeft op 15 mei 2014 de definitieve versie van de Europese verordening betreffende het beslag op bankrekeningen goedgekeurd. Deze verordening is het resultaat van jarenlange besprekingen en kadert in het plan tot versoepeling van de invorderingsprocedures tussen Europese lidstaten.

Deze verordening vereenvoudigt de mogelijkheid tot het leggen van bewarend beslag op bankrekeningen van debiteurs in grensoverschrijdende situaties, meer bepaald indien de rechtbank die uitspraak doet over het beslag en de bankrekening in verschillende Europese lidstaten gevestigd zijn of indien de schuldeiser woonachtig is in één lidstaat en de bevoegde rechtbank en de bankrekening gevestigd zijn in een andere lidstaat. Indien een grensoverschrijdend element ontbreekt, is de verordening niet van toepassing en gelden de nationale regels inzake bewarend beslag op bankrekeningen. In grensoverschrijdende situaties staat het echter als alternatief naast de reeds bestaande nationale procedures.

In grensoverschrijdende burgerlijke en handelszaken zullen schuldeisers voortaan bewarend beslag kunnen leggen op de bankrekening van hun debiteur en dit zowel voordat een uitvoerbare titel werd verkregen als tijdens of na een procedure ten gronde. In de eerste twee gevallen moet de schuldeiser bij zijn aanvraag echter voldoende stavingsstukken voegen waaruit blijkt dat de rechtbank van één van de lidstaten hoogstwaarschijnlijk een vordering ten gronde gegrond zou verklaren. Het louter niet betalen van een vordering volstaat in principe niet als voldoende bewijs. De rechtbank zal met diverse feitelijkheden rekening houden, zoals het gedrag van de schuldenaar bij voorgaande betwistingen met zijn schuldeiser, de aard van de activa van de schuldenaar of eerdere recente beslagen. Bovendien zal de schuldeiser ook moeten aantonen dat er een dringende noodzaak bestaat om zijn vordering te beschermen door middel van een bewarend beslag.

De procedure verloopt volledig geheim ten aanzien van de schuldenaar zodat het verrassingseffect van het beslag intact blijft. Net als bij de verordening voor geringe vorderingen (861/2007) en de verordening voor een betalingsbevelprocedure (1896/2006) zal de aanvraag gebeuren door middel van eenvoudige standaardformulieren waarop de essentiële informatie van de schuldenaar, de schuldeiser en de details van de vordering moeten worden ingevuld, onder toevoeging van de nodige stavingsstukken. Deze eenvoudige procedure laat schuldeisers toe om zonder verdere bijstand door een advocaat zelf een beslag op een bankrekening te laten leggen zodat de kosten beperkt blijven. Het beslagbevel toegekend door een rechtbank van een bepaalde lidstaat is bovendien automatisch uitvoerbaar in een andere lidstaat, zodat er geen afzonderlijke exequaturprocedure moet worden gevolgd. 

Een belangrijke vernieuwing in de nieuwste versie van de verordening is dat de bevoegde nationale instanties en/of rechtbanken op verzoek van de schuldeiser zullen meewerken om de bankrekeninggegevens van zijn schuldenaar op te sporen. Deze mogelijkheid valt toe te juichen aangezien het nut van een vereenvoudigde grensoverschrijdende beslagprocedure beperkt blijkt indien de schuldeiser zelf op zoek moet gaan naar de specifieke bankrekeningen van zijn schuldenaar, wat in de praktijk vaak erg moeilijk is. Deze mogelijkheid is weliswaar enkel voorzien voor het geval waarbij de schuldeiser reeds een uitvoerbaar vonnis heeft verkregen of beschikt over een vonnis dat weliswaar nog niet uitvoerbaar is maar waarbij er een reëel risico bestaat dat het vermogen van zijn schuldenaar op korte termijn aanzienlijk zal verminderen.

Hoewel deze verordening enkel een vereenvoudigde procedure voor bewarend beslag voorziet, mag het nut niet worden onderschat. Bewarend beslag op een bankrekening is immers een efficiënte manier om een debiteur te dwingen tot onmiddellijke betaling aangezien het blokkeren van een bankrekening vaak zeer onaangename gevolgen heeft. Teneinde misbruik te voorkomen, bepaalt de verordening dan ook dat de rechtbank de schuldeiser kan verplichten om een bepaalde provisie te betalen of een garantie te geven die de potentiële schade van de schuldenaar ten gevolge van een roekeloos beslag dekt.

Kortom, de vereenvoudiging van een grensoverschrijdend bankbeslag biedt schuldeisers opnieuw een extra mogelijkheid om op kostenefficiënte wijze hun rechten te laten gelden tegenover hun schuldenaars.