Op 31 maart 2017 en 2 juni 2017 heeft de Vlaamse regering haar principiële goedkeuring aan een aantal wijzigingen van het Bodemdecreet gehecht. De voorgestelde wijzigingen wijzigen een aantal bodemverplichtingen ingrijpend, dit met het oog op een sanering van alle historische bodemverontreinigingen tegen 2036.

Het bodembeleid van de Vlaamse regering is de laatste decennia in een stroomversnelling gegaan. Het Bodemsaneringsdecreet van 22 januari 1995 vormde het eerste juridische kader ter zake. Sedertdien wordt de kwestie van bodemverontreiniging ernstig werd genomen. Het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 voegde een nieuw component toe aan het beleid, namelijk de bodembescherming. Door het jarenlange gebrek aan een wettelijk kader en de historische exploitatie van vervuilende inrichtingen zijn er in het Vlaamse Gewest inmiddels echter heel wat historische bodemverontreinigingen ontstaan. Teneinde dit historisch passief goed te maken, voorzag het Vlaamse bodembeleid in de doelstelling om tegen 2036 alle historische bodemverontreiniging te saneren. Een werk van lange adem dus.

Om deze doelstelling te behalen heeft de Vlaamse regering recent bijkomende maatregelen genomen. Op 31 maart 2017 hechtte de regering haar principiële goedkeuring aan een aantal wijzigingen van het Bodemdecreet, zodat de identificatie en sanering tegen 2036 bereikt wordt. Op 2 juni 2017 hechtte de Vlaamse regering opnieuw haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet.

Een verplicht bodemonderzoek voor potentieel historische bodemverontreinigingen

De voorgestelde wijzigingen voeren onder meer een verplicht bodemonderzoeksinstrument voor nog niet onderzochte gronden met potentiële historische bodemverontreiniging in. Concreet beoogt deze nieuwe regel om uiterlijk eind 2025 een oriënterend bodemonderzoek te hebben voor alle risicogronden met potentiële historische bodemverontreiniging. Deze verplichting wordt gefaseerd ingevoerd met verschillende einddata voor de onderzoeksplicht en dit gekoppeld aan de categorie van risico-inrichting die op de grond werd geëxploiteerd.

Onder de volgende voorwaarden verkrijgt de eigenaar van de gronden een vrijstelling van het verplicht bodemonderzoek:

  • de eigenaar heeft de risico-inrichting(en) niet geëxploiteerd;
  • (de risico-inrichting(en) was niet aanwezig tijdens zijn eigenaarschap;
  • (de eigenaar heeft de locatie sedert de verwerving enkel voor particulier gebruik gebruikt.

Uit de gegevens van de Vlaamse regering blijkt dat er ca. 10.000 risicogronden in eigendom van particuliere eigenaars onder het toepassingsgebied van de nieuwe onderzoeksplicht vallen. De Vlaamse regering schat dat 80 % van dat aantal in aanmerking komt voor vrijstelling. Voor deze gronden zal de OVAM het bodemonderzoek uitvoeren.

Andere voorgestelde nieuwigheden

De Vlaamse regering maakt van het voorstel van decreet gebruik om een aantal andere wijzigingen aan het Bodemdecreet door te voeren:

  • Opheffing van de veralgemeende conformverklaring van bodemonderzoeken

Het ontwerp-decreet stelt voor om niet langer standaard elk bodemonderzoek door OVAM op haar technische conformiteit te beoordelen. De verplichting tot conformverklaring valt dus weg. Zo beoogt men een verhoogde responsabilisering van de erkende bodemsaneringsdeskundigen te bewerkstelligen. Deze responsabilisering dient op haar beurt aanleiding te geven tot een verdere toename van het kwaliteitsbewustzijn bij de erkende bodemsaneringsdeskundigen en voor een verdere toename van de kwaliteit van de bodemonderzoeken zelf.

De OVAM beschikt nog wel over de mogelijkheid om een bodemonderzoek conform te verklaren. Bovendien wordt een audit van het kwaliteitszorgsysteem van de erkende bodemsaneringsdeskundigen ingevoerd om het kwaliteitsbewustzijn bij de deskundigen en de kwaliteit van de bodemonderzoeken te ondersteunen.

  • Optimalisering sectorfondsenregeling

De Vlaamse regering wil de oprichting van nieuwe sectorale saneringsfondsen stimuleren door een aantal administratieve verplichtingen, zoals de verplichte opmaak van een driejaarlijks bodempreventie- en bodembeheerplan af te schaffen.

  • Inkanteling van het gebruik van bodemmaterialen in de regeling over het gebruik van uitgegraven grond

Het ontwerp-decreet wil aan aantal materialen, zoals baggerspecie en ruimingsspecie, die thans als afvalstof worden beschouwd, uitdrukkelijk onder de grondverzetsregeling van het VLAREBO brengen. Dit zou leiden tot een representatiever beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van het materiaal, vergroot de traceerbaarheid en vergroot de compatibiliteit met de rest van de grondverzetsregeling.

Wachten op goedkeuring van het Vlaams Parlement

Het ontwerp-decreet is nog in haar ontwerpfase en moet nog langs het Vlaams Parlement passeren. Het is dan ook afwachten of de voorgestelde wijzigingen als dusdanig worden behouden en/of er nog bijkomende wijzigingen worden doogevoerd.