In zijn arrest ECLI:NL:HR:2014:2628 geeft de Hoge Raad uitleg in welke gevallen de toets van het arrest Ontvanger/Roelofsen (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0759, NJ 2006/659) toegepast moet worden en in welke gevallen er sprake kan zijn van een situatie als in het arrest Spaanse Villa (HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881, NJ 2013/302). De Hoge Raad stelt vast dat hier de verzwaarde maatstaf voor aansprakelijkheid van de bestuurder van toepassing is, zoals verwoord in het arrest Ontvanger/Roelofsen. De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het hof Den Haag die oordeelde dat, daargelaten de vraag of de bestuurder een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (vanwege het aangaan van een verbintenis waarvan hij weet dat de vennootschap die niet kan nakomen), geen aansprakelijkheid van de bestuurder kon worden aangenomen omdat eiseres, de wederpartij van de vennootschap, (ook) wist van de slechte financiële situatie van de vennootschappen.

Feiten

Verweerder is (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder van Tulip Air Lease. Eiseres heeft aan verweerder volmacht verleend om haar te vertegenwoordigen bij de verkoop van twee vliegtuigen. Na de vliegtuigen te hebben verkocht, heeft verweerder facturen gestuurd aan de koper met het verzoek de koopsom te storten op een rekening van zijn vennootschap Tulip Air Lease, in plaats van een rekening van eiseres. Na ontvangst is een groot deel van het aankoopbedrag door Tulip Air Lease doorbetaald aan een derde.

Rechtbank en hof

In eerste aanleg vordert eiseres dat verweerder en Tulip Air Lease hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de koopsom. De rechtbank wijst de vordering tegen Tulip Air Lease toe. De vordering tegen verweerder wordt afgewezen. De rechtbank oordeelde dat verweerder geen volmacht van eiseres had om over de koopsom te beschikken ten gunste van Tulip Air Lease, maar dat verweerder erin is geslaagd te bewijzen dat hij niet in privé handelde doch in zijn hoedanigheid van directeur van Tulip Air Lease. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof over de vraag of verweerder in privé of in zijn hoedanigheid van bestuurder handelde, berust op een aan het hof voorbehouden waardering van het bewijs, die in cassatie alleen op begrijpelijkheid kan worden onderzocht. Voor zover eiseres betoogt dat verweerder ook in zijn hoedanigheid van bestuurder heeft te gelden als "primair/rechtstreeks dader", met als gevolg dat voor het aannemen van zijn aansprakelijkheid op grond van art. 6:162 lid 1 BW geen verhoogde eisen gelden (een Spaanse Villa situatie), faalt dat onderdeel. De Hoge Raad geeft vervolgens in 3.5.2 – 3.5.4 een uitleg wanneer er sprake is van een geval als Spaanse Villa en wanneer de zware maatstaf voor (bestuurders)aansprakelijkheid geldt.

"Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen (vgl. HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21).

Bestuurdersaansprakelijkheid is evenwel niet aan de orde in een geval als zich voordeed in het arrest HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881, NJ 2013/302 (Spaanse Villa). Dat arrest had niet betrekking op het handelen van de betrokkene bij zijn taakvervulling als bestuurder van een vennootschap, maar op de vraag of de betrokkene, optredend als deskundig bemiddelaar (dienstverlener), had gehandeld in strijd met een op hem in die hoedanigheid van deskundig bemiddelaar rustende zorgvuldigheidsnorm. Zoals vermeld in rov. 3.2.2 van genoemd arrest had het hof immers (in cassatie onbestreden) geoordeeld dat niet de vennootschap waarvan de betrokkene bestuurder was, maar de betrokkene zelf als bemiddelaar optrad. Voor toepassing van de verzwaarde maatstaf als hiervoor in 3.5.2 bedoeld, bestaan in een zodanig geval niet de aan het slot van 3.5.2 omschreven gronden.

Zoals blijkt uit het arrest van 23 november 2012, sluit dit niet uit dat de onrechtmatige gedragingen van de betrokkene in voorkomend geval in het maatschappelijk verkeer tevens kunnen worden aangemerkt als gedragingen van de vennootschap waarvan hij bestuurder is, met als gevolg dat (ook) de vennootschap uit eigen hoofde op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan worden gehouden (vgl. ook HR 6 april 1979, ECLI:NL:HR:1979:AH8595, NJ 1980/34).

Indien echter sprake is van handelen van de betrokkene bij zijn taakvervulling als bestuurder van een vennootschap, dient de vraag of hij ook persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die de wederpartij lijdt ten gevolge van wanprestatie of een onrechtmatige daad van de vennootschap, steeds overeenkomstig de hiervoor in 3.5.2 bedoelde verzwaarde maatstaf te worden beantwoord."

Nu het hof hier had vastgesteld dat verweerder handelde als bestuurder en niet in persoonlijke hoedanigheid, moet de verzwaarde maatstaf voor aansprakelijkheid worden toegepast zoals verwoord in Ontvanger/Roelofsen.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. Het hof had aansprakelijkheid van de verweerder afgewezen omdat nog los van de vraag of verweerder een voldoende ernstig verwijt kon worden gemaakt, vast stond dat (ook) eiseres ten tijde van de volmachten op de hoogte was van de slechte financiële situatie van Tulip Air Lease. Het hof vond dat de beweerdelijk geschonden norm niet strekt tot bescherming van eiseres in het geval deze zelf op de hoogte was van de financiële situatie van de Tulip-vennootschappen.

De Hoge Raad overweegt: "In cassatie moet veronderstellenderwijze ervan worden uitgegaan – nu het hof dit in het midden heeft gelaten – dat verweerder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt omdat hij in strijd met de hem gegeven instructie heeft bewerkstelligd dat de koopprijs werd overgemaakt aan Tulip Air Lease. Hiervan uitgaande valt niet in te zien waarom bekendheid van (ook) eiseres met de zwakke financiële positie van de Tulip-vennootschappen zou meebrengen dat de beweerdelijk geschonden norm niet zou strekken tot bescherming van eiseres, zoals het hof heeft overwogen. (…)"

Kortom, aansprakelijkheid van een bestuurder is niet uitgesloten in de situatie waar de wederpartij zelf ook wist van de slechte financiële situatie van de vennootschap, op het moment dat de bestuurder met die wederpartij een verbintenis aangaat terwijl de bestuurder weet of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden.