Met de laatste tranche van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-4”) is een nieuwe aanvullende verplichting geïntroduceerd voor het bonus- en dividendverbod. Het bonus- en dividendverbod is een van de meest vergaande verplichtingen onder de NOW en is onderwerp van veel maatschappelijke discussie. 

Zo werden Kamervragen gesteld over de situatie waarbij een buitenlandse moedermaatschappij alsnog een bonus uitkeert aan haar directie. Tegen die achtergrond moet de nieuwe verplichting maatschappelijk draagvlak creëren voor het bonus- en dividendbeleid van de onderneming. In artikel 16 lid 2 NOW-4 is opgenomen dat de aanvrager van de NOW met ten minste één belanghebbende vereniging een schriftelijke overeenkomst moet sluiten over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus- en dividendbeleid. Het gaat hier om een resultaatsverplichting: als de werkgever geen overeenkomst sluit zal de subsidie op grond van artikel 17 lid 5 NOW-4 op nihil worden vastgesteld. Werkgevers moeten dus rekening houden met deze verplichting en in de komende tijd actie ondernemen. In deze short read bespreken wij de belangrijkste vragen bij deze verplichting.

Met wie moet de overeenkomst gesloten worden? De werkgever moet een schriftelijke overeenkomst aangaan met ten minste één belanghebbende vereniging zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 WMCO. Uitgangspunt is dat de overeenkomst gesloten en ondertekend wordt door de bij de onderneming betrokken vakbonden. Als er geen vakbond is, moet de overeenkomst gesloten worden met een andere vertegenwoordiging van werknemers, zoals de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. De werkgever is niet vrij om te kiezen met wie de overeenkomst gesloten wordt. Als vakbonden actief zijn binnen de onderneming, zijn zij de gesprekspartner.

Wat dient in de overeenkomst opgenomen te worden? Het uitgangspunt is dat de overeenkomst vormvrij is. Wat de inhoud betreft, bepaalt de NOW dat in de overeenkomst “de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus en dividendbeleid” geregeld moet worden. Volgens de regering dient de overeenkomst te worden toegespitst op de specifieke situatie van het bedrijf dat NOW-subsidie aanvraagt. Belangrijk is dat de minister bevestigd heeft dat de overeenkomst geen formeel middel is om bonussen en dividenden bij een buitenlandse moedermaatschappij te verbieden, maar dat de vakbond op deze manier op de hoogte is van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus- en dividendbeleid. Het gaat dus uitdrukkelijk niet om een uitbreiding van het verbod zoals dat onder voorgaande NOW-tranches ook van toepassing was. De werkgever kan, volgens de regering, met de vakbond bepalen dat, indien dat van toepassing is en wenselijk wordt geacht, de internationale bedrijfsonderdelen en hun bonus- en dividendbeleid betrokken worden bij deze overeenkomst.

In de overeenkomst zal de werkgever moeten vastleggen hoe uitvoering wordt gegeven aan het bonus- en dividendverbod. Het ligt daarbij voor de hand dat de werkgever de kernelementen van het verbod opneemt: (i) over welke periode het verbod wordt toegepast en (ii) wat de reikwijdte en het gevolg is van het verbod binnen de onderneming. De verplichting breidt de reikwijdte van het verbod niet uit, maar vanwege de contractsvrijheid zal rekening moeten worden gehouden met aanvullende eisen die kunnen worden gesteld afhankelijk van de aard, positie en omvang van de onderneming.

Binnen welke termijn moet de overeenkomst gesloten worden? Artikel 16 lid 2 NOW-4 bepaalt dat de overeenkomst gesloten moet zijn voor de vaststelling van de subsidie. Dat betekent dus dat de overeenkomst niet voorafgaand aan de aanvraag voor subsidieverlening hoeft te zijn gesloten maar voorafgaand aan de subsidievaststelling. De aanvraag voor de subsidievaststelling kan de werkgever doen vanaf 1 juni 2022 (of op een eerder bekendgemaakt tijdstip) tot en met 22 februari 2023. In theorie heeft de werkgever daardoor vanaf het moment dat NOW-subsidie wordt aangevraagd anderhalf jaar om de overeenkomst te sluiten. Gelet op de verstrekkende sanctie van de nihil stelling van de subsidie, is het echter verstandig voor werkgevers om tijdig voorafgaand aan de subsidievaststelling een overeenkomst te sluiten. Aangezien de overeenkomst ziet op het bonus- en dividendbeleid van de werkgever, ligt het bovendien meer voor de hand om de overeenkomst te sluiten voor de vaststelling van de jaarrekening over 2021. Bij de vaststelling van de jaarrekening zal immers doorgaans ook een formeel besluit genomen worden over de bonus- en dividenduitkering over 2021. In dat kader lijkt het ook verstandig dat de afspraken uit hoofde van de overeenkomst voorafgaand aan deze vaststelling worden meegewogen.

Voorafgaand aan het initiëren van het overleg, is het raadzaam dat de werkgever ook een afweging maakt in hoeverre aanvullende voorwaarden, bijvoorbeeld over werkgelegenheid, moeten worden betrokken bij deze overeenkomst.

Stibbe website over de NOW

De ontwikkelingen rondom de NOW-subsidie volgen elkaar in een snel tempo op en blijven door de aanhoudende coronacrisis zeer actueel. Daarom heeft het Stibbe NOW-team een speciale website over de NOW opgezet. Op deze website houdt dit team onder andere literatuur, rechtspraak, regelgeving en nieuwsberichten over de NOW bij. Daarnaast vindt u hier de belangrijkste parlementaire documentatie inzake de NOW. Ook staan op deze website onze short reads met een juridische duiding van de NOW-ontwikkelingen.