​De Centrale Raad van Beroep ('CRvB') heeft deze week de eerste uitspraak gedaan over de jeugdhulpplicht van gemeenten op grond van de Jeugdwet. Die laat aan duidelijkheid niets te wensen over en geldt voor alle gemeenten.

De feiten

In de zaak was de aanvraag om de toekenning van jeugdhulp afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het zogenoemde gezinsplan. Hierin staat de hulpvraag, doelstelling (te bereiken resultaat) en het deskundig advies over de in te zetten (jeugd)hulp beschreven. De conclusie van het gezinsplan luidde dat individuele begeleiding nodig is en dat het voor de ontwikkeling van de jeugdige goed zou zijn als die begeleiding door een externe hulpverlener zou worden opgepakt. Omdat moeder en jeugdige vervolgens hadden besloten om geen gebruik te maken van de geadviseerde externe hulp, kon er volgens het college van burgemeester en wethouders geen pgb worden toegekend.

Kern van de uitspraak

De CRvB zet in de uitspraak uiteen welke stappen er in welke volgorde door de gemeente bij de beoordeling van een aanvraag om jeugdhulp moeten worden doorlopen:

  1. Vaststellen wat de hulpvraag van de jeugdige of ouder(s) is.
  2. Vaststellen of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn.
  3. Vaststellen welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
  4. Onderzoeken of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden.

Volgens de CRvB vereisen de onderzoekstappen aangepaste deskundigheid op die stappen. Het college van B&W dient ervoor te zorgen dat die deskundigheid gewaarborgd is en dat deze naar discipline van deskundigheid concreet kenbaar is voor de hulpvrager.

De CRvB concludeert dat het onderzoek in deze zaak onvoldoende is geweest. Zo is in het gezinsplan niet concreet duidelijk gemaakt welke hulp naar welke omvang nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.

Verder maakt het plan volgens de rechter niet duidelijk of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van moeder en het sociale netwerk toereikend zijn om in de hulpbehoefte van de jeugdige te voorzien.

Gevolgen van de uitspraak?

Eén belangrijk voordeel van de uitspraak is dat het duidelijk is welke stappen een gemeente in welke volgorde moet doorlopen als een aanvraag voor jeugdhulp wordt gedaan. In die zin kan de uitspraak dienen als een praktische 'handleiding' voor gemeenten om een aanvraag om jeugdhulp te beoordelen.

Veel gemeenten hebben de toegang tot de jeugdhulp informeel en/of innovatief vormgegeven via (bijvoorbeeld) de samen met de ouders en de jeugdige op te stellen gezinsplannen waarin de jeugdhulp vooral in te bereiken resultaten wordt vastgelegd. De uitspraak van de CRvB zegt in principe niets over de toelaatbaarheid van dergelijke werkwijzen.

Echter, het is wel van belang dat gemeenten nagaan of in de gevolgde procedure en/of het gehanteerde gezinsplan alle hiervoor genoemde onderzoekstappen wel voldoende zijn doorlopen. Uitsluitend het formuleren van een te bereiken resultaat in een gezinsplan lijkt bijvoorbeeld onvoldoende omdat de CRvB concreet inzicht in de aard en omvang van de nodige (jeugd)hulp verlangt.

Het standaard opstellen van een gezinsplan door uitsluitend een casemanager samen met de jeugdige en de ouder(s) lijkt eveneens onvoldoende te zijn omdat het college van B&W de inzet van specifiek op de verschillende onderzoekstadia toegesneden deskundigheid dient te waarborgen en in voorkomend geval in te zetten. De uitdaging voor veel gemeenten zit 'm dan ook in het op zo'n manier inrichten van de procedure en het gezingsplan dat zowel aan doelstellingen van laagdrempeligheid en innovatie én aan de uit deze uitspraak voortvloeiende onderzoekseisen wordt voldaan.