De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich op 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:139) uitgelaten over de reikwijdte van de Richtlijn Industriële Emissies (“RIE”, ook wel aangehaald onder de Engelse afkorting “IED”) bij inrichtingen die met afvalstoffen werken. De uitspraak illustreert dat de RIE een grotere reikwijdte heeft dan de voorgaande IPPC-richtlijn.

Met de RIE zijn er, zoals samengevat in de memorie van toelichting voor de implementatie van de RIE in Nederland (Kamerstukken II 2011/12, 33 197, nr. 3, p. 3), vier belangrijke wijzigingen doorgevoerd:

  1. De sectorrichtlijnen voor stookinstallaties, afvalverbranding, oplosmiddeleninstallaties en titaandioxideproductie zijn omgewerkt tot een aangescherpt en vereenvoudigd milieuvangnet. Dit vangnet stelt voor deze sectoren een harde grens voor vergunningen en algemene regels.
  2. Een concretisering van de eisen aan de doorwerking van de BREF’s in vergunningen en voor het actualiseren van vergunningen;
  3. De introductie van programmatisch toezicht en niet-routinematige milieu-inspecties op IPPC-installaties;
  4. Een uitbreiding van het aantal IPPC-installaties (voorheen in Nederland ‘gpbv-installaties’ genoemd).

Het gaat in deze uitspraak om punt 4, de uitbreiding van de IPPC-installaties. Met de RIE zijn er ca. 200 extra installaties onder de reikwijdte van de RIE gebracht, waarvan driekwart afvalverwerkende bedrijven betreft (Kamerstukken II 2011/12, 33 197, nr. 3, p. 4). Uit bovenstaande uitspraak blijkt die vergrote reikwijdte in de afvalbranche.

In mijn noot voor aflevering 3 van Tijdschrift Milieu & Recht ga ik in op de RIE en het begrip IPPC-installaties, en de specifieke toepassing van IPPC-categorieën in de geannoteerde uitspraak. Ook ga ik in op het – niet in de uitspraak betrokken – overgangsrecht van de RIE. Hierbij staat de volgende rechtsoverweging van de Afdeling centraal:

“Het bestreden besluit is na 7 januari 2013 genomen. Dit betekent dat voor de vraag of tot de inrichting gpbv-installaties behoren niet bijlage I van de IPPC-richtlijn, maar bijlage I van de IED-richtlijn bepalend is. Aan hetgeen Sita heeft aangevoerd over de uitleg van categorie 5.1 van bijlage I van de IPPC-richtlijn wordt daarom niet toegekomen. (…)Het college heeft in het bestreden besluit overwogen, hetgeen ook niet in geschil is, dat de inrichting onder categorie 5.5 van bijlage I van de IED-richtlijn valt, nu – kort gezegd – in de inrichting gevaarlijke afvalstoffen worden opgeslagen in afwachting van nuttige toepassing of verwijdering, met een totale capaciteit van meer dan 50 ton. Het college is er daarom terecht van uitgegaan dat tot de inrichting een gpbv-installatie behoort.”

Zodra de annotatie digitaal beschikbaar is zal hier een link te vinden zijn.