Conform Nederlands recht kan de echtgenoot, die niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien, tijdens de scheiding of op een later moment een verzoek om vaststelling van levensonderhoud indienen bij de rechtbank. De verplichting om bij te dragen in het levensonderhoud van de ex-echtgenoot op grond van artikel 1: 157 lid 1 Burgerlijk Wetboek (verder: BW), wordt ook wel partneralimentatie genoemd.

De duur van deze aanspraak op partneralimentatie is op dit moment wettelijk op 12 jaar gelimiteerd. Vanaf 2020 komt hier echter verandering in.

Huidige regeling (geldend tot eind 2019) Op grond van art. 1:157 BW geldt: heeft het huwelijk vijf jaar of korter geduurd en is het huwelijk kinderloos gebleven, dan is de duur om partneralimentatie te betalen, beperkt tot de duur van het huwelijk (Art. 1:157 lid 6 BW). In alle andere gevallen bedraagt de duur maximaal 12 jaar (Art. 1:157 lid 3 BW). Indien de rechtbank of het gerechtshof geen duur heeft vastgesteld, geldt de wettelijke duur. Deze begint op het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in het register van de burgerlijke stand, ofwel vanaf het moment dat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan (Art. 1:157 lid 3 BW) en bedraagt in beginsel 12 jaar.

De onderhoudsplichtige kan bij het gerecht een verzoek om beperking/limitering van de duur verzoeken. Op verzoek van de onderhoudsgerechtigde kan de rechter de duur ook verlengen, indien de beëindiging van de alimentatie van zo een ingrijpende aard is, dat dit op grond van de redelijkheid en billijkheid niet van de onderhoudsgerechtigde kan worden gevergd. Zo een verzoek van de gerechtigde dient uiterlijk binnen drie maanden na de beëindiging te worden ingediend, aldus art. 1:157 lid 5 BW.

Toekomstig recht vanaf 1 januari 2020 Tegen de huidige regeling kwam in de loop van de jaren steeds meer verzet. De regeling wordt door velen als achterhaald aangemerkt. De Nederlandse politiek probeert al sinds 2015 om tot een wijziging van de wettelijke regeling te komen.

Eind mei 2019 heeft de Eerste Kamer vóór het wetsvoorstel herziening partneralimentatie gestemd. De wetsbepalingen zullen vanaf 1 januari 2020 gelden.

In beginsel wordt de duur van partneralimentatie beperkt tot maximaal 5 jaar.

Alimentatiegerechtigden ontvangen vanaf het moment van echtscheiding de helft van het aantal huwelijksjaren alimentatie, met een maximum van 5 jaar. Heeft het huwelijk vier jaar geduurd? Dan is de duur dus twee jaar.

Op dit uitgangspunt gelden echter drie uitzonderingen:

1. Langdurig huwelijk Heeft een huwelijk langer dan 15 jaar geduurd en wordt op het moment van echtscheiding binnen 10 jaar de AOW-leeftijd bereikt, dan kan tot de AOW-leeftijd aanspraak worden gemaakt op alimentatie;

2. Echtgenoten met kinderen jonger dan 12 jaar Partneralimentatie kan in voorkomende gevallen verschuldigd zijn totdat het jongste kind 12 jaar is geworden.

3. Langdurig huwelijk en voor 1970 geboren Alimentatiegerechtigden van boven de 50 jaar die langer dan 15 jaar getrouwd waren, krijgen 10 jaar alimentatie. Deze laatste uitzondering vervalt na zeven jaar na invoering van deze wet.

Overigens geldt in alle gevallen dat de rechter het laatste woord heeft: in hele bijzondere situaties kan de rechtbank een duur die langer is dan vijf jaar toewijzen.

Daarnaast is het zo dat het echtgenoten vrij staat om in onderling overleg een van de wettelijke regeling afwijkende duur vast te stellen.

Ingangsdatum/overgangsrecht De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2020.

Lopende alimentatieverplichtingen worden in het geheel niet geraakt door de nieuwe wet. De nieuwe regels worden slechts van toepassing op een uitkering tot levensonderhoud die op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herziening partneralimentatie tussen partijen is overeengekomen of waarbij het inleidende verzoekschrift is ingediend op of na inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Dit is ook het geval indien voor de inwerkingtreding van de wet door de rechter is vastgesteld of door partijen is overeengekomen dat geen bijdrage in het levensonderhoud is verschuldigd (bijvoorbeeld omdat ieder in het eigen levensonderhoud kan voorzien) en na inwerkingtreding van de wet alsnog een verzoek tot een bijdrage in het levensonderhoud wordt ingediend dan wel een bijdrage wordt overeengekomen. Ook dan is op deze bijdrage in het levensonderhoud de oude wet van toepassing.

Heeft u vragen over de vaststelling of wijziging van partneralimentatie naar Nederlands of naar Duits recht? Of heeft u advies nodig bij het maken van afspraken over de afwikkeling van uw echtscheiding? Neem dan gerust contact met ons op!