Op grond van artikel 15 van de AVG heeft een betrokkene het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkijgen van die persoonsgegevens en van bepaalde informatie met betrekking tot de verwerking. De verwerkingsverantwoordelijke dient tevens een kopie te verstrekken aan de betrokkene van de persoonsgegevens die worden verwerkt (artikel 15 lid 3 AVG). Het inzagerecht van de betrokkene is echter niet absoluut. De afgelopen weken zijn er verschillende interessante uitspraken gepubliceerd met betrekking tot de reikwijdte van het inzagerecht. Hieronder zullen wij drie van deze uitspraken bespreken.

Bepaalbaarheid van het verzoek (Verzoekers tegen Stichting Cordaan) In een uitspraak van 20 juni jl. (gepubliceerd op 27 augustus jl.) heeft de Rechtbank Amsterdam benadrukt dat het van belang is dat de betrokkene een inzageverzoek voldoende preciseert in het geval dat de verwerkingsverantwoordelijke veel gegevens verwerkt. Deze nadere eis kan gesteld worden in het geval de zoektocht naar de persoonsgegevens voor de verwerkingsverantwoordelijke te omvangrijk is en daarmee te kostbaar zou zijn. In het geval een zoektocht te kostbaar is, kan de verwerkingsverantwoordelijke succesvol weigeren mee te werken aan het inzageverzoek. Een mentor en bewindvoerder van een persoon aan wie sinds meer dan tien jaar zorg was verleend door zorginstelling Cordaan hadden gezamenlijk een verzoek gedaan om volledige afschriften van de verwerkingen van persoonsgegevens te verstrekken. De rechtbank oordeelde dat het verzoek gedeeltelijk kon worden afgewezen voor zover het verzoek te onbepaald en/of te omvangrijk was. Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:4418

Rechten en vrijheden van anderen (Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt tegen kerklid) Op grond van artikel 15 lid 5 van de AVG mag het recht om een kopie te verkrijgen geen afbreuk doen aan de rechten en vrijheden van anderen. Het Gerechtshof Den Haag heeft deze beperking van het inzagerecht onlangs besproken in een zaak waarin een kerk bij een inzageverzoek een beroep deed op de vertrouwelijkheid van stukken waarin persoonsgegevens waren verwerkt. Het hof is van oordeel dat het inzagerecht niet zonder meer kan worden geblokkeerd omdat sprake is van vertrouwelijke correspondentie. Inzage in vertrouwelijke documenten kan wel worden beperkt indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van rechten en vrijheden van anderen, in dit geval in het bijzonder: de privacyrechten van kerkenraadleden. De kerk mag de documenten anonimiseren, in die zin, dat de kerk ervoor zorgt dat uitlatingen over betrokkene niet herleidbaar zijn tot de persoon die de uitlating heeft gedaan. Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2019:2398

Misbruik van recht (Eiser tegen Minister van Financiën) Het inzagerecht kan tevens beperkt worden in het geval er sprake is van misbruik van recht. Dat wil zeggen dat er een beroep wordt gedaan op het inzagerecht voor andere doeleinden dan waarvoor het inzagerecht bestaat. Zo heeft de Rechtbank Noord-Nederland geoordeeld dat er sprake is van misbruik van recht indien de betrokkene het verzoek indient om de informatie te kunnen gebruiken in een andere procedure en niet om de juistheid van hem betreffende feitelijke persoonsgegevens te controleren. De betrokkene had bezwaar en beroep ingesteld tegen de afwijzing van een aanvraag om een exploitatievergunning. De informatie die de burgemeester en betrokkene hadden gewisseld vormde in de procedure een fundamenteel aspect. De rechtbank achtte het derhalve aannemelijk dat de persoonsgegevens waren opgevraagd voor het voeren van verweer in deze procedure. Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2019:3761